Het kortste verhaal, snippers van kunst

In zijn “Zes memo’s voor een volgend millennium” pleit Italo Calvino voor extreem korte vormen in de literatuur. Kunstwerken die in een flits een compleet drama kunnen uitdrukken. Hij geeft als voorbeeld het beroemde citaat van de Gualtemalteekse schrijver Monterroso: “Toen ik wakker werd, was de dinosaurus er nog steeds.”

(Italo Calvino, Zes memo’s voor het volgende millennium, Bert Bakker, 1991)

Op Internet is in het kader van deze zin ook nog het extreem korte verhaal van Hemingway te vinden: “For sale: baby shoes, never worn.” Het blijkt niet van hem te zijn. Het is een advertentie die hij heeft gezien. Maar dan nog is het een opmerkelijke vondst.

(https://rcgale.com/2012/05/02/the-worlds-shortest-short-story-is-only-8-words-long-titled-el-dinosaurio/)

 

We zien wel hoe mooi een enkele korte zin kan zijn. Hoe fascinerend het is om iets zo beknopt mogelijk te stellen. Een compleet drama in een paar woorden gepresenteerd. Dat de omstandigheden kunnen maken dat één zin veel of weinig informatie bevat, dramatisch of nietszeggend is, stelde Umberto Eco ook al aan de orde. Als men in Italië op 4 augustus verklaart: “morgen sneeuw”, dan is dat een betekenisvolle en dramatische aankondiging. De mededeling op dezelfde dag: “morgen geen sneeuw” geeft ons helemaal geen informatie.

(Umberto Eco, “The open work”, Harvard University Press, 1989″)

Calvino beschreef zijn idealen als schrijver. Die idealen behandelde hij in een reeks lezingen, met de titel: ‘Lichtheid, Snelheid, Exactheid, Zichtbaarheid en Veelvoudigheid’. Lichtheid en snelheid zijn duidelijk aan de orde in deze teksten, maar ook exactheid en zichtbaarheid. Je hebt meteen een beeld, een beeld dat je niet vergeet. Veelvoudigheid lijkt minder aan de orde te zijn, maar wel blijken deze zinnetjes een knooppunt te zijn in gebeurtenissen en relaties. Kunstwerken die veelbetekenend zijn in hun beknoptheid, laconiek, poëtisch en brutaal.

In de Nederlandse taal kennen we ook voorbeelden:

Op `t hoekje van de Hooigracht

En van den Nieuwen Rijn,

Daar zwoer hij, dat hij zijn leven lang

Mijn boezemvriend zou zijn.

 

En halverwege tusschen

De Vink en de Haagsche Schouw,

Daar brak hij, zes weken later zoowat,

Den eed van vriendentrouw.

(Piet Paaltjens/François HaverSchmidt, Immortellen IX)

Deze is nog steeds behoorlijk lang. Maar wel betekenisvol, exact en zichtbaar. Het bekendst is wellicht het grafschrift voor de dichter Poot: “Hier ligt Poot, hij is dood.” Door van Lennep opgenomen in een bloemlezing van De Schoolmeester, maar ook niet door hem geschreven. Grafschriften vormen een genre apart en een belangrijke bron voor korte betekenisvolle teksten.

(https://nl.wikipedia.org/wiki/Grafschrift)

Het abrupte van de dood leent zich goed voor ironie. Er is de vertaling van een spotgedichtje van Martialis:

Diaulus was een chirurgijn,

maar bleek als arts een maat te klein.

Toch blijft hij op zijn werkterrein:

Hij zal nu lijkbezorger zijn.”

(Martialis, Spotepigrammen, vertaald door Evelien de Smet, Uitgeverij P/Leuven, 2009)

Een wel heel mooi voorbeeld van een betekenisvolle extreem korte tekst is het beroemde oudste voorbeeld van Nederlandse taal:

Hebban olla uogala nestas hagunnan hinase hi(c) (a)nda thu uuat unbidan uue nu

Alle vogels hebben al een nest gebouwd, behalve jij en ik. Waar wachten we nog op.

Over deze zin is al heel veel gepubliceerd. Wie is de schrijver? Een monnik met liefdesverdriet? Of is de tekst een deel van een liedje? Is het wel Nederlands? Tegenwoordig wordt er ook wel gedacht dat het Oud Engels zou kunnen zijn. Maar we hebben hier wel een prachtig verhaal. Op een stukje perkament probeert een monnik zijn nieuwe pen en schrijft een regel uit een liefdesgedicht, met daarnaast ook de Latijnse vertaling. Is die monnik weggekwijnd van liefde, zittend in het koude scriptorium van een saaie abdij? Of is het humor en daarmee de uiting van een onverbeterlijke grappenmaker? We weten het niet. En we zullen er wel over blijven schrijven. Waarom? Omdat het zo mooi en raadselachtig is. Het is eigenlijk een ostracon, een scherf uit de verre geschiedenis. Het is een onbedoeld kunstwerk dat toevallig tot ons gekomen is. Als iemand ooit alle vragen rond deze tekst kan beantwoorden zou dat een grootse prestatie zijn. Tegelijkertijd vervalt de noodzaak van het weten als we eenmaal precies weten hoe het allemaal zit.

Een paar jaar geleden zou ik een tentoonstelling openen. Het was tevens de openingsexpositie van een nieuwe galerie: JCA de Kok, in Den Haag. Een uur van te voren realiseerde ik me dat een essentieel onderdeel van mijn verhaal ontbrak: Ik wist niet waarom de galerie de naam JCA de Kok had. Met een telefoontje werd me dat duidelijk. De eerste steen voor het betreffende pand was gelegd door JCA de Kok, en die gebeurtenis was vereeuwigd op een steen in de voorgevel. Dat kon ik dus gelukkig vermelden. Tegelijkertijd was het volstrekt helder dat deze verklaring absoluut onbelangrijk was. Als je het raadsel weet is de betreffende kennis geen gift, maar ballast. Maar wel geruststellende ballast.

En zo zwerven er resten, scherven, stukken papier en perkament door de wereld, getuigend van het lot en eventueel van de daarbij passende emotie. Krabbeltjes in de kantlijn van een boek, bizarre decoraties in een manuscript vol miniaturen, of achteloze schetsjes op een muur of in een schrift. Niet als kunstwerk bedoeld, maar toch zo functionerend. Ze kunnen inspirerend zijn. En daarom worden soms reizende scherven bewust aangewezen of gecreëerd. Dat zien we gebeuren bij readymades. Ook die objecten zijn niets en hebben toch betekenis. Een fietswiel op een kruk als een epigram, ‘licht en snel, exact en veelvoudig’. ‘Veelvoudig’ want we zien hier dat alles een andere betekenis kan hebben. En die betekenis kan ook nog veranderen, en meer of minder van belang zijn. De dingen zijn niet wat ze zijn, en tegelijkertijd, moeten ze zo zijn.

Michael van Hoogenhuyze

mei, 2018

 

Foto’s van het werk van Jean van Wijk

In het vorige stuk over Jean van Wijk heb ik wat foto’s verwerkt die ik had gemaakt met mijn telefoon Op zich voldoende als illustratie, maar gebrekkig als beeld. Hier volgen wat foto’s van Jean zelf, waarin de werken beter tot hun recht komen.

Atelier van Jean van Wijk:

DSCN0090

 

Een plek waar ieder werk vraagt om een andere manier van kijken:

180510-0190

 

Zoals in stenen waarbij je in de tekening landschappen kunt zien:

180118_0048

Schaduw wordt tekening, diepte en leegte zien er uit als materie, onduidelijk waar je naar kijkt:

Picture 166

 

Picture 159

 

De Carceri van Piranesi in de de 21ste eeuw:

Picture 023

Picture 023

08iB

Contouren worden nieuwe ‘dingen’:

Untitled-1

 

 

 

Jean van Wijk, projecties en dingen

De westerse kunst is een belangrijke middel geweest om de verbeelding in de wereld te koloniseren. Daarbij speelde het realisme, de natuurgetrouwheid, een grote rol. Dat realisme kan gemakkelijk verwerkt worden in verhalende beelden zoals stripverhalen, illustraties, reclames, maar ook films en fotografie.

Iedereen kijkt naar films en beeldschermen. De Hollywood film en de praktijken die daaruit zijn voortgekomen zoals de Indiase video en de beeldtaal in computergames hebben de wereld veroverd. Ze tonen avonturen en ook idealen en ideologieën.

Wensen en dromen van miljarden mensen worden gepresenteerd in televisiefilms. Zo is het oude ideaal van de figuratieve kunst een instrument van verleiding geworden; een strategie die overal wordt nagevolgd in massamedia.

In de Renaissance kwam de architect Brunelleschi met het centraal perspectief als constructie: een formule om op een gekozen plek een wereld te herscheppen. Die constructie wijst in twee richtingen: Het perspectief is een voortzetting van het realisme van de Griekse en Romeinse kunst, maar biedt ook de weg naar de nieuwe media.

De ‘brutaliteit’ van de Griekse kunstenaar om de eigen waarneming centraal te stellen als uitgangspunt maakte een nieuwe kunst mogelijk. Vanuit een persoonlijke visie werd de waargenomen wereld geïnterpreteerd. De wereld is niet te (her)scheppen, maar het beeld van de werkelijkheid kan men wel van de wereld ‘stelen’. Door de waarneming te reconstrueren kan men een illusie oproepen. Die werkwijze had een eerste hoogtepunt  in de Renaissance.

In de Renaissance werd de perspectiefconstructie zowat het onderwerp van schilderijen. Kunst, wiskunde en optica werden zo aan elkaar verbonden. Steeds meer werd het mogelijk om kunst te maken als een waarnemingsmachine, een constructie gebouwd met behulp van optica, wetten en apparaten.

Dit centraal perspectief leverde specifieke ontwikkelingen op: Afbeeldingen van de werkelijkheid waren gebaseerd op mathematische constructies. Vanuit dat gegeven kon men de afbeeldingen variëren door het onderwerp, maar ook door de manier van construeren. Vanuit het perspectief ontwikkelde zich ‘trompe-l’oeil’ voorstellingen en constructies, zoals de anamorphose. Uiteindelijk komt men langs deze weg bij fotografie en nieuwe media. Die ontwikkeling is voortgegaan tot op onze dag. Inmiddels is het opwekken van illusies, begonnen als een techniek om door middel van schilderen werelden op te roepen, een universeel doel geworden in tal van activiteiten: techniek gebruiken om het publiek illusies voor te toveren.

De wereld maakt beelden, dankzij licht en schaduw en spiegeling. Deze beelden kunnen we zien met onze ogen, maar we kunnen die beelden ook vangen in constructies zoals perspectief of in apparaten zoals een camera obscura of een fototoestel. Steeds is er een constructie: de waarnemer ziet een beeld en zet hulpmiddelen in om dat beeld te vangen. De toeschouwer kan dat ‘gevangen’ beeld waarnemen en herkennen, en hij kan genieten van de dubbelzinnigheid. Het beeld kan bedrieglijk natuurgetrouw zijn, maar blijft toch schijn, een spel met optica en nauwkeurige waarneming. Deze constructies kunnen een extra werking krijgen door de expressie, het handschrift, en de persoonlijke visie van de maker.

Zo kunnen kunstwerken tegelijkertijd een manifestatie zijn van de rationele mens, die zich bedient van constructies, lenzen en silhouetten, en ook getuigenis van de visie van de kunstenaar, die een eigen methodiek inzet om zijn waarneming tot een persoonlijk document te maken.

Giovanni Battista Piranesi leefde van 1720 tot 1778. Hij was geboren in Venetië, maar werd vooral bekend door zijn prenten die hij in Rome maakte. Het zijn prenten van Rome, precies weergegeven tempels en pleinen, ruïnes van een vervlogen tijd, met mensen die daar doorheen lopen, verbaasd over deze vreemde culturen. Daarnaast maakte hij een reeks prenten onder de naam ‘Carceri d’Invenzione’, fantasiearchitectuur van sombere kolossale gebouwen, meestal interieurs.

Piranesi is uit de tijd van de Verlichting. Veel van zijn werk is gebaseerd op perspectiefconstructies waarmee hij beroemde plekken in Rome met zorg documenteert. De nauwkeurigheid van zijn werk laat zien hoezeer de beeldende kunst een mathematische precisie had ontwikkeld. Tegelijkertijd zien we vreemde architectuur, sinistere archeologen en luie geitenhoeders in een wereld van ruïnes, overwoekerd door wilde natuur. In die zin is Piranesi ook een exponent van de ontluikende Romantiek.

Het werk van Piranesi is profetisch. We zien dat de wereld een strijd is tussen cultuur en natuur. De mensen lopen daar doorheen zonder de aard van deze omgeving te kunnen doorgronden. Ze zien geschiedenis maar hebben er tegelijkertijd geen binding mee.

De wereld bestaat voor een groot deel uit ruïnes. Het is een karaktertrek van Rome, de gebroken stad, vol met fragmenten die raadsels opgeven of herinneringen oproepen.

De structuur van Rome als verzameling van ruïnes en fragmenten heeft nog steeds grote betekenis. We kunnen de wereld zien als een constructie van scherven, soms voorzien van een andere betekenis. Zo’n scherf kun je een ostracon noemen.

In het werk van Jean van Wijk zijn veel elementen aan te wijzen die hierboven aan de orde kwamen. Zijn werk is te zien als een verzameling van fragmenten, scherven, delen van maquettes en vreemde kaarten. Het zijn fragmenten van projecties onderdelen van optische en technische ingrepen, geen collages of platte scherven. Bovendien zijn al de getoonde elementen bijzonder zorgvuldig afgewerkt. De dingen die zo ontstaan zijn meestal bedoeld om aan een wand te hangen. Wanneer je deze objecten hangend aan een wand beschouwt, ontstaan voortdurend dubbelzinnige situaties: schaduwen blijken geschilderd te zijn terwijl op andere plaatsen zwarte strepen alleen maar schaduwen zijn. Soms kijk je door een vlak naar de muur of naar een spiegelend element. Steeds weer merk je dat je naar iets anders kijkt dan je aanvankelijk denkt.

schaduwen

Te midden van deze dingen, zorgvuldig afgewerkte resten en fragmenten, staat Jean en verklaart nadrukkelijk dat de Verlichting is mislukt. De rationaliteit die had moeten bijdragen tot een samenleving vol menselijk geluk blijkt, naast alle technische vooruitgang, ook vernietigingsmachines op gang gebracht te hebben; geen reden om optimistisch te zijn. Om dat falen van de Verlichting te overstijgen is er een element nodig van poëzie en van drama. Wellicht kunnen we poëzie terugvinden in de losse fragmenten die Jean realiseert. Het drama, de grote gebeurtenissen van deze tijd, vormen een element dat Jean zeker niet uit de weg wil gaan. Daarbij vermijdt hij echter elke vorm van illustratie.

Maar het werk van Jean van Wijk is niet somber. Het wil geen oordeel of protest zijn. Eerder spreekt uit het geheel de vitaliteit van het ontdekken.

In zijn werk heeft hij een geheel eigen grammatica ontwikkeld of ontdekt, die in gestroomlijnde vorm richtlijn zou kunnen zijn voor bijvoorbeeld architecten en fotografen.

Hieronder wil ik proberen die werkwijze kort te schrijven. Daarbij beschrijf ik eerst wat er te zien is, daarna wat het uiteindelijke resultaat is, vervolgens uitspraken van Jean zelf en tenslotte een korte omschrijving van wat het een bezoeker van zijn atelier oplevert. Sommige elementen heb ik hierboven al genoemd.

Het lijkt nog al aanmatigend om een soort van ‘grammatica’ van het werk van Jean van Wijk te schrijven. Waarom deze aanpak? Het komt wellicht doordat de meeste werken een soort etudes zijn. Dat betekent dat het werken zijn waarin iets geoefend wordt. Wat dat is, wilde ik achterhalen. Ze verwijzen ook naar elkaar; veel werken vinden bevestiging en ondersteuning in varianten die ook te zien zijn. Een etude belooft een nieuw resultaat voor de toekomst. Dus wil je beschrijven welke beloften er in het werk te ontwaren zijn. Niet alleen de afzonderlijke werken, maar ook de praktijk van de kunstenaar en diens oeuvre vormen een kunstwerk. Alleen te beschrijven door een opsomming van de regels die je meent te kunnen achterhalen.

Jean van Wijk,

Omschrijving van zijn werkwijze gezien door een toeschouwer:

Bijna alle werken zijn fragmenten, delen van een groter geheel. Het is een wereld van brokstukken.

De fragmenten zijn meestal gebaseerd op vrije geometrische vormen, rechte lijnen, als facetten in constructivistische of kubistische kunst.

De fragmenten zijn scherven van architectuur en vooral van optische constructies. De term ostracon lijkt er op van toepassing: scherven waaraan bij hergebruik nieuwe betekenissen zijn toegevoegd.

De fragmenten of scherven worden grotendeels gevormd door gezaagde houten planken, foto’s en fotofragmenten van ruimten en computerprints.

De overwegend platte vormen hebben bijna altijd een bepaalde dikte. Die dikte is essentieel in het werk. Heel vaak blijkt de getoonde platte vorm uit lagen te bestaan.

lagen

De fragmenten zijn zeer zorgvuldig afgewerkt. Daardoor zijn het kostbare dingen geworden, een beetje alsof het zeldzame kristallen zijn.

Heel vaak zijn de werken vangers van licht en schaduw geworden. Het licht speelt een grote rol als vormgevend materiaal.

Er is sprake van zeer uiteenlopende kijkrichtingen. Naar boven kijken vanuit een gesloten ruimte, of vliegen over een landschap of rond een planeet behoren tot de mogelijkheden.

In al het werk zijn er momenten dat er sprake is van projectie van een vorm op een ander stuk materie.

Dus licht en donker, fragment, kijkrichting en projectie zijn de elementen die betekenis krijgen in deze brokstukken van optische installaties.

Het resultaat van deze werkwijze

We zien werken die verwarrend zijn, omdat iedere keer weer onduidelijk is wat we zien:

volume of leegte, textuur, spiegeling of schaduw. De hoek of de afstand, van waaruit men kijkt, maakt de werken steeds verschillend. In die zin zijn het optische avonturen. Steeds is er een zekere dubbelzinnigheid: de werken zijn vaak platte vormen, maar tegelijkertijd ook ruimtelijke objecten. De tweedimensionaliteit van een voorstelling gaat naadloos over in driedimensionale sculpturale vormen.

Vaak blijken stukken een andere werkelijkheid te vertegenwoordigen. Stukken materie blijken illusie te zijn, schaduwen zijn materiële vormen, een tekening blijkt door lichtval uit schaduwen te bestaan. Het zijn vreemde trappetjes of glijbanen naar andere werelden, andere soorten werkelijkheid. Ze geven je het gevoel dat met eenvoudige ingrepen andere werelden kunnen ontstaan.

De grot van Plato is aan diggelen geslagen en wij, als voormalige gevangenen, kunnen nu spelletjes spelen met de brokstukken door echte werelden en schijnwerelden vrij te combineren en door elkaar te laten spelen.

Toen ik enige tijd geleden een uiteenzetting over het werk van Jean wilde geven had ik een paar dagen daar vóór de Notre Dame van Chartres bezocht. De beroemde glas-in-loodramen daar kunnen ook op verschillende manieren gezien worden. Je kunt de voorstellingen bestuderen, en de verhalende details lezen, het effect van de gigantische ramen ondergaan, als rijen van gekleurde wanden, of je kunt meegaan met het invallende gekleurde licht en je late meezuigen naar buiten, de hemel in. Het is ook een grot van Plato.

Maar Jean maakt fragmenten. Meestal zijn het maquettes en plattegronden, contourtekeningen als schetsen. Steeds zien we schetsen en ontwerpen als aanzetten voor nieuwe ontwikkelingen.

Die fragmenten zijn verwant aan de korte muziekstukken in de Romantische muziek. Daar ontstonden muziekstukken, vooral voor piano, die al in hun naam suggereerden fragmenten te zijn: arabesk, bagatelle, impromptu, moment musical, etude. De werken van Jean van Wijk zijn etudes, door hemzelf vaak beschouwd als bagatellen.

Opmerkingen van de kunstenaar zelf

In de praktijk van Jean van Wijk stond aanvankelijk de vraag centraal wanneer een ingreep tot kunst kon leiden. Wat is de kleinste ingreep om aan materiaal betekenis te geven? Het leidde tot een aantal werken waarin vormen van destructie een rol speelden; het vernietigen van een smetteloos vlak tot een podium voor een formele tragedie.

Veel maakt hij gebruik van technische hulpmiddelen waaronder programma’s van computers en printers. Door experimenten, ‘oneigenlijk’ gebruik, konden allerlei onverwachte configuraties optreden. Dus ook de programma’s leveren nieuwe beelden op, beelden die achteraf geselecteerd worden. De resultaten kunnen tot op zekere hoogte vooraf bedacht worden, maar ze zijn nooit met de hand uitvoerbaar.

programmas

Architectuur en cartografie zijn belangrijke inspiratiebronnen. Architectuur is een huid, die men als een landkaart kan bekijken, die afsluit van de onderliggende laag of de inhoud. Wel is het essentieel dat er in die huid gaten zitten. Men moet de ruimte in kunnen gaan of deze verlaten. Daarmee is architectuur steeds een geperforeerde huid. Jean spreekt zelf van een ‘membraan’.

In het zoeken naar wezenlijke ingrepen stelt Jean zich de vraag wat de eenvoudigste architectonische ruimte is. Jean maakt daarvoor een model van een ruimte die openingen heeft, om in en uit te gaan, en die in tweeën is gedeeld. Pas bij die tweedeling ontstaat er een architectonische ruimte. Eén ononderbroken ruimte is slechts beperking en benauwenis. Als zo’n ruimte eenmaal is bedacht of geschetst wordt het een object dat middels projectie, belichting en kijkrichting een scala aan vormen en illusies kan opleveren.

IMG_20180509_114423

Zijn grondhouding is die van een fascinatie voor de Verlichting, het verlangen om te ordenen en inventariseren, het optimisme over de mogelijkheid om de totale wereld te documenteren in omtrekken, kaarten en maquettes. Maar het enthousiasme daarvoor gaat samen met de overtuiging dat de Verlichting heeft gefaald. Niet alleen beheersing en inzicht zijn bepalend geworden voor de geschiedenis daarna, ook maar vernietiging en geweld. Deze situatie vraagt om een besef van het grote drama dat zich heeft voltrokken.

Het antwoord blijft steken in schetsen en ontwerpen. Tegenover die geschiedenis kunnen we hooguit stamelen. Die wanhoop is slechts te beantwoorden door de schetsen met de grootste zorgvuldigheid te realiseren.

schaduwen2

Een atelierbezoek

Een bezoek aan het atelier van Jean van Wijk is een belevenis. Bij hem is voortdurend sprake van een mengsel van opperste verbazing over de resultaten van zijn onderzoek enerzijds en van radicale krachtdadigheid anderzijds. Het zijn ingrepen in maquettes en modellen van architectuur die opengebroken worden. Jean ontleedt en demonteert, en dan vooral architectuur, modellen en optische constructies.

Het is daarmee voor de bezoeker een avontuur om rond te kijken. Je ziet vreemde dingen, geometrisch en strak. Na enige tijd groeit het besef van ambiguïteit van wat je ziet. Je bent genoodzaakt om beter te kijken, om te constateren dat een verandering van kijken ook echt andere dingen oplevert.

De dingen zijn schetsen die maar geen definitief werk willen worden. Het zijn vooral voorstellen en ontdekkingen. Veel werk doet denken aan korte muziekstukken of halfedelstenen, los gemaakt uit een bergwand om hier in een gesloten ruimte te ‘pronken’ en te getuigen van de wereld elders.

Je gaat naar huis vol nieuwe ideeën, gepresenteerd in schetsen. Die schetsen zijn zo afgewerkt dat ze in hun betekenis tegelijkertijd optimistisch en beklemmend zijn, als een Piranesi van de 21ste eeuw.

Michael van Hoogenhuyze

Leiden, mei 2018

muziek

Vóór dat er geluid kan bestaan, of dat we aan muziek kunnen denken moet er een ruimte zijn waar die muziek kan klinken of bewegen. Als de aarde een dampkring heeft, of een bijzondere ruimte om zich heen, kan er iets klinken. Vóór die tijd is er geen muziek denkbaar.

Maar als we denken aan muziek die gelijk staat aan dans, dan is er buiten de aarde de dans van de planeten en manen om elkaar en de zon. Dat is een herkenbare en beschrijfbare dans, hoe de aarde om de zon draait en de maan daar weer omheen cirkelt. Een spel van gebogen lijnen, wisselingen in zwaartekracht en verschuivende schaduwen. Die leiden weer tot schommelingen in temperatuur.

En dan is er de aarde. Een bol, van binnen gloeiend, met vulkanen en oceanen, stormen en explosies, springende stenen en watervallen langs de rotsen. Het geluid van de planeet. Niemand die het aanvankelijk kon horen of zien, maar we kunnen het ons voorstellen en van een waarnemer dromen. En nu is dat geluid er trouwens nog steeds. Meestal vergeten we het. Maar het bestaat. Op de kraterrand van de Bromo op Java, kon ik de vulkaan zachtjes horen snuiven en grommen. En op de vulkaan Sibajak op Sumatra werd er steeds zwaveldamp uit de spleten in de krater geblazen. In ons eigen land kennen we de prachtige muziek van de zee, of de plotselinge slagregen op het dak na een broeierige zomerdag. Daardoor kunnen we ons voorstellen hoe het ooit miljarden jaren geleden geklonken moet hebben, als er tenminste iemand was geweest, en dat is niet het geval. Maar de muziek, die kunnen we ons voorstellen en deels nog steeds horen. Tot het mooiste geluid dat ik ken reken ik de klank van rollende stenen in de branding aan de Engelse kust bij Dover. Je hoort die stenen over de breedte van het strand naar je toe rollen en weer terugvallen. Het geluid klinkt hol en warm, iets wat je totaal niet zou verwachten.

Over het geluid van de wereld is een nieuwe laag van muziek gelegd. Het zijn de geluiden van de dieren. Levende wezens ontdekten eerst dat ze geluid konden maken en dat je die geluiden kon horen. Vervolgens leerden ze ook geluiden van andere dieren te horen en te herkennen. Deze geluiden zijn een uiting van het lot van deze dieren en hun reacties op de muziek van de wereld. De mooiste dans die we in ons land kennen is de dans van de spreeuwen, die soepel in alsmaar veranderende vormen van zwermen opvliegen en rondcirkelen. Maar ook de merel is prachtig, zittend op een dak in een prestige strijd gewikkeld met een andere merel een blok huizen verder. De dieren maken hun eigen geluiden, waarmee individuen of specifieke groepen zich uiten en communiceren, signalen uitwisselend met elkaar.

Boven op de laag van muziek van de wereld komt er dus de muziek van de dieren. Daarmee groeit de complexiteit en meerstemmigheid. Daar horen de mensen natuurlijk ook bij. Maar het lijkt wel of er daar nog iets anders gebeurt. Dieren hebben vaak al een bepaalde vorm van taal, zo lijkt het. De alarmroep van een merel is anders dan zijn gezang. De stemming van een hond is vaak goed te horen in zijn geblaf. Vogels bouwen nesten met gevonden voorwerpen uit hun omgeving, bedrijven architectuur als uiting van wat er in de omgeving te vinden is. Dus we kennen elementen die we als een begin van een taal kunnen beschouwen. Maar bij mensen gaat dat op een bepaald moment verder. Mensen maken niet alleen klanken, dansen en zingen niet alleen op de muziek van de wereld en de dieren, maar geven commentaar of roepen totaal andere werelden op door middel van taal. Terwijl de wereldmuziek van aarde en dieren doorgaat en de dans van elementen, planten en dieren zich ritmisch blijft herhalen lijkt taal er soms tegenin te gaan. Wij horen de wereld en de dieren minder als we taal horen. We gaan daar op letten, meer dan op andere muziek en al snel wordt die oermuziek weggedrukt. Taal is een prachtig middel, maar ook een uitingsvorm die de wereld wegdrukt. De taal lijkt zich onafhankelijk van de rest te bewegen.

Met de opkomst van de techniek legt de mens, naast de taal, een nieuwe laag over de wereldmuziek. Het eerste wat opvalt, is dat met de industriële revolutie een einde komt aan echte stilte. Die kunnen we bijna niet meer horen. Echte stilte en duisternis bestaan bijna niet meer, en ook niet de stilte die ons de gelegenheid geeft om naar het geluid van de wereld en de levende natuur te luisteren. Een oude wijsheid van de mens wordt hiermee gesaboteerd. Orakels, ontstaan door de bedwelming met aardse dampen, of het bladergeruis van de bomen, of het gebulder van de branding zijn niet meer mogelijk. De mens kan geen plek meer vinden om in alle nederigheid te beseffen dat hij de mindere is van de wereld, en dat hij die wereld in de vorm van een orakel moet raadplegen.

Het ideaal is om van alles een ding of een machine te maken. Met de industrialisatie komt de science fiction en daarmee de robot en de automaat. Maar in al dat streven blijkt steeds weer dat de mens ten onrechte denkt oppermachtig te zijn. Luisteren naar een orakel is dan ook niet meer aan de orde. Ondertussen kan men verbijsterd kijken en luisteren naar de nieuwe muziek van de wereld: drie lagen op elkaar, de wereld, de dieren en de techniek, en die muziek nog eens weggedrukt door de taal. Een manifestatie van trots en vertrouwen in techniek en de dingen, als eindresultaat van de menselijke evolutie. Misplaatst?

Is er een weg terug? Misschien kunnen we door middel van kunst een illusie opwekken van een weg terug, en daarmee beseffen hoe belangrijk het is om de gehele ontwikkeling in ogenschouw te nemen. De natuur verbeelden zodat we beseffen dat het geluid van de wereld bestaat, of de dingen en de taal bekijken alsof het natuurverschijnselen zijn, de dingen zwevend in de ruimte, ontheemd zonder menselijke handen. Het is tegelijkertijd een eerbetoon aan de dingen en een manier om die dingen ten grave te dragen.

Met de opkomst van het Internet en de nieuwe media lijkt het erop dat mensen het tijdperk van de dingen willen beëindigen. Duchamp is er vroeg aan begonnen en heeft het einde van de dingen ingezet. Het is een ideaal en een daarmee verbonden poging. Helemaal zonder de dingen kunnen we niet, maar misschien kunnen we een manier vinden om de dingen zoveel mogelijk unisono met de wereld te laten zingen.

Het betekent ook dat we aan het einde van een tijdperk komen en dat er een begin kan ontstaan van nieuwe muziek.

De dingen begonnen een rol te spelen in het einde van de achttiende eeuw. Als je boedelinventarissen leest uit die tijd kun je zien hoezeer er een toename van materiële bezittingen was opgetreden, vergeleken met bijvoorbeeld de zestiende eeuw. Die toename wordt nog sterker door de industrialisatie. Het is de tijd van warenhuizen, nieuwe verpakkingen, zoals de hoedendoos, de verftube, het foedraal voor een hengel of de vioolkist en de accordeonkoffer. In die tijd komt ook de detective op, het verhaal van de held die aan de hand van de dingen een misdaad kan reconstrueren. Het meest complexe ding, het meest organische uit het totale verhaal is daarbij het lijk. Schrijvers beginnen gedichten en verhalen te maken over dingen, kinderboeken en poëtische ontboezemingen, Lewis Carroll, (Alice in Wonderland”) Hans Christiaan Andersen (Sprookjes) en Comte de Lautréamont (“Liederen van Maldoror”).

Met Dada ontstaat er een gevecht met de dingen. Duchamp maakt ze potsierlijk en nog sterker is dat het geval bij de slapstick film. Maar nu loopt het op zijn eind. In de eenentwintigste eeuw is het ding niet meer van belang. We hebben bijna geen etalages meer, en een boek als De Methode van Dick Raaijmakers, waarin ook het potsierlijke van de burgerlijke dingenwereld wordt beschreven, ademt een taal van een voorbije tijd.

Er gaat een nieuwe muziek komen, waarbij de dingen minder prominent zijn, of gewoon een onderdeel van de wereld worden in plaats van een afzonderlijke muziek.

We hebben een conservatorium nodig, een laboratorium voor echt nieuwe muziek. De lagen wereld, levende natuur, menselijke techniek zijn niet meer voldoende om de muziek van de wereld te beschrijven. Er gaat iets totaal anders komen. Wie gaat het doen?

Een boek dat me hierbij inspireerde is “Muziek” van Michel Serres

 

De stad als brein

Kunstgeografie

Binnen de kunstacademies van Utrecht en De Haag ontwikkelden we concepten voor een kunstgeografie. Kunstgeografie is een beschouwing van kunst in relatie tot specifieke ruimtes, en de manier waarop plekken onze verbeelding kunnen stimuleren.

Vanuit die benadering kom je dan al snel op het begrip ‘Genius Loci’, de geest van de plek, de geaardheid van de plek. Het is een begrip waarmee men in de Romeinse tijd aanduidde dat veel fenomenen in de natuur bestuurd werden door goden, nimfen of andere goddelijke wezens. Bomen, rivieren, bronnen en bergen kunnen zo een eigen karakter hebben, een karakter dat men moet respecteren.

Het is een benadering van de geografische ruimte als een verzameling van plekken. Daarbij ontwikkelde zich het concept van de plek. Een plek in de kunstgeografie is dat gedeelte van de ruimte waar die ruimte van betekenis verandert, een bijzondere betekenis krijgt. Daarvoor zijn er twee elementen nodig. De plek moet herkenbaar zijn, verschillend van de omgeving. En de plek moet een verhaal kennen dat speciaal bij die plek hoort. We zien dus een plek met een bijzondere aard en het verhaal, de mythe van een plek.

 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Tholos van Delphi

Een bijzondere plek leren we herkennen doordat we van jongs af aan dergelijke plekken hebben meegemaakt. Als we opgroeien leren we geheime plaatsen kennen, schuilplaatsen, speelplekken, vertrouwelijke plaatsen en onbekende gebieden. Al die plekken zijn gevuld met gevoelens van veiligheid, gevaar, verbod, saaiheid, avontuur, alles wat je als kind maar kunt ervaren. Die concepten vertalen we later in de plekken die we in een nieuwe fase van ons leven leren kennen.

Vertaalbaarheid van plekken wordt op een bijzondere wijze gebruikt door de Romeinen in hun ‘geheugenkunst’. Een redenaar kon zijn geheugen trainen door een gebouw uit het hoofd te leren, alle plekken te kennen. Als je dan iets wilde onthouden kon je op die plekken de verschillende woorden en begrippen in gedachten projecteren, liefst door middel van allegorische figuren, voorzien van in het oog springende attributen.

Tijdens het uitspreken van de rede liep je in gedachten door je geheugengebouw en vroeg je de verschillende figuren en begrippen naar voren te treden zodat je je verhaal kon reproduceren.

Een plek kan dus een afbeelding zijn van een andere plek. Een tempelcomplex kon een geheugengebouw zijn. Foucault heeft dat gegeven uitgewerkt en daarvoor het begrip heterotopie ontwikkeld. Een tuin kan een afbeelding zijn van het paradijs bijvoorbeeld. En zo kan die tuin weer afgebeeld zijn in een tapijt.

Om ‘kunstgeografie’ te beoefenen is het van belang om open te staan voor fenomenen, voor een onderzoek naar kwaliteiten en betekenissen van een omgeving, niet zozeer de kwantitatieve gegevens. Daarnaast is het nodig om gemakkelijk met metaforen te spelen. Het is een werkwijze die sterke verwantschap vertoont met poëzie, maar dan wel in het bijzonder toegepast op ruimte en plekken.

Kunstgeografie en ruimtelijke concepten in de geschiedenis

Als we kijken naar de loop van de geschiedenis kunnen we verschillende soorten ruimte aanwijzen. Verschillende concepten hebben wellicht in veel meer periodes een rol gespeeld, maar soms zijn ze extra sterk van toepassing gedurende een specifieke periode.

Genius Loci

Zoals reeds gesteld bestond in de Klassieke Oudheid het concept van de Genius Loci. Een bijzondere plek in het landschap, waar een religieuze of magische betekenis aan werd verbonden. Het zijn de plaatsen voor tempels en heiligdommen en de locaties voor orakels. Het raadplegen van een orakel was een belangrijk ritueel in Griekse tijd. Genius Loci begint met het eren en beschouwen van bijzondere plaatsen in het landschap, de natuur van de klassieke omgeving: Griekenland, West-Turkije, Zuid-Italië.

Op deze manier zijn ook de verschillende locaties gegroeid voor orakels, zoals Delphi.

De tegenstelling tussen binnen en buiten

In de Middeleeuwen zien we het belang van ‘een binnen’ en ‘een buiten’ optreden. Binnen en buiten hebben een belangrijke tegengestelde betekenis. En zo worden die twee ook vaak vorm gegeven. Kerken waren doorgaans sober als vestingbouw als het om de buitenkant ging. Binnen was de ruimte een heilige ruimte, gedecoreerd en voorzien van bijzonder licht door albasten ramen of glas-in-lood vensters. Binnen waren ook mozaïeken en fresco’s. Ook het concept ‘paradijs’ wijst in die richting. Een paradijs is de aanduiding van een gesloten tuin. Binnen is het veilig en gecultiveerd, daarbuiten is de wereld dreigend, is er de wildernis, waar de kluizenaar tracht zich te handhaven. Ook de Middeleeuwse stad, ommuurd door zware verdedigingswerken, is volgens dit concept vorm gegeven. Al met al is het een groot contrast met de open tempels in de natuur van de Grieken.

De geometrische ruimte

In de Renaissance gaat men een mathematisch perspectief toepassen. Dat werd geconstrueerd op een mathematische wijze. In die constructies zijn alle punten even belangrijk. De totale ruimte wordt één plek, met de mens als toeschouwer en als middelpunt. In Versailles kunnen we zien hoe architectuur en park in elkaar kunnen overgaan als één ruimtelijk concept, gebaseerd op de rechte lijnen die het perspectief zo goed mogelijk laten uitkomen.

Deze benadering gold voor veel gebouwen, tuinen en voorwerpen. Symmetrie had de voorkeur. De toeschouwer kon zich tegenover het midden opstellen. De wereld voegde zich dan geheel naar de beschouwer, vaak de opdrachtgever. Die symmetrische en perspectivische ruimte,opgebouwd uit rechte lijnen, werd verder ingevuld met klassieke architectuur, constructies van lijsten en zuilengangen.

“Romantic Garden”

In de achttiende eeuw ontstaat het concept van de Engelse landschapstuin. De Engelse tuin is een gestileerde afbeelding op ware grootte van een stuk natuur zoals de opdrachtgever die in die tijd mooi vond. Slingerende paden, ogenschijnlijk toevallige combinaties van bomen en planten, maar in feite zorgvuldig uitgekozen. Binnen die tuinen is er ruimte voor gebouwtjes die geen nut hebben, maar mooi opgenomen zijn in het landschap of een bijzondere betekenis kunnen hebben voor de wandelaar. Tempels, kapellen ene ruïnes worden in de parken opgenomen, soms ook exotische gebouwen zoals een Chinese pagode.

De romantische tuin is een ruimte om in te wandelen, te dwalen. De opbouw is niet symmetrisch en biedt onverwachte uitzichten, maar nooit echt een overzicht. De mens is een wandelaar door onbekende natuur. De wandeling als zinvolle bezigheid was een uitvinding uit de zelfde tijd. (Bijvoorbeeld Jean-Jaques Rousseau, 1712 – 1778)

In de Engelse tuin ‘speelt’ de bezoeker dat hij een zwerver is. Kunst kan de werkelijkheid spelen vóór dat deze werkelijk wordt gerealiseerd.

De zwerver in een onbekend zwijgend universum, een nieuw concept?

De machine

In de ontwikkeling van de industrialisatie wordt er gebruik gemaakt van de vele nieuwe wetenschappelijke inzichten. De groei van die inzichten uit zich in “de materialisering van het wereldbeeld’, een proces van de natuurwetenschappen dat zich versneld voltrok in de zeventiende eeuw. Toen deze inzichten bestonden kon men een wereld opbouwen volgens de natuurwetten, een mechanisch model, een wereld als een grote machine. Een stedelijke omgeving, met fabrieken, openbare voorzieningen, overal aansluiting op energie, verlichting en transport, signalen en tabellen die de verschillende bewegingen sturen en reguleren, dat is de machine waarin wij leven. Een machine op de schaal van een landschap werd in de zeventiende eeuw al ontwikkeld in de Nederlanden: de polder, bijvoorbeeld De Beemster.

Informatiestad

De machine is een zwijgende constructie, reagerend op de impulsen van de gebruikers. Een stad is echter meer dan een machine. Het is ook een constructie van informatiestromen. Informatie die naar de gebruiker gaat, en informatie van de gebruiker naar het stedelijke systeem. Mensen hebben geleerd feilloos gebruik te maken van de verschillende talen en signalen die op hun af komen. Ze hebben geleerd te manoeuvreren in deze omgeving van tekens en mededelingen. Ondertussen worden mensen geobserveerd en geregistreerd in allerlei taalsystemen, onder meer bewakingscamera’s. De stad is een opeenhoping van mensen geworden die op allerlei niveaus met elkaar communiceren en tekens uitwisselen. Die tekens kunnen van heel ver komen, maar voorlopig zien we dat de meeste mensen wonen in een gemechaniseerde wereld die ook een informatieomgeving is.

De stad als ritme

De verschillende communicatiesystemen kennen allemaal een eigen snelheid en ritme. De dienstregelingen van treinen, de concentratie curve van publiek, de verkeerslichten, de snelheid van gesprekken gevoerd over telefoons, allemaal zijn ze anders. Het is een opeenstapeling van cyclussen. Dat levert in een specifieke stedelijke omgeving een eigen ritme op. De stad als ritme. Een stad heeft een eigen ritme, afwijkend van het ritme van andere steden. Daarmee gaat een stad lijken op een levend organisme.

De stad als brein

Als de stad een levend organisme is, kunnen we die stad wellicht zien als een denkend wezen. De stad verwerkt informatie en geeft die terug aan de bewoners. Verhalen worden vastgehouden, betekenissen krijgen een concrete vorm.

Dit concept, de stad als brein verdient een nadere uitwerking.

De stad als brein, een instrument om mee te denken, of een systeem dat vanzelf voor ons denkt.

We hebben tot nu toe in een min of meer chronologische volgorde laten zien dat er zoiets kan bestaan als de stad als brein. Dat de stad een zelfstandig denkende entiteit zou zijn wordt ook in science fiction literatuur als beeld gezien, bijvoorbeeld in The Matrix. Dat het denken gedragen kan worden door een materiële entiteit op een grotere schaal lijkt ook gesuggereerd te kunnen worden in de zogenaamde Gaia Hypothese.

Ook het historisch proces, de verandering in de geschiedenis, is een denkend geheel waar een mens slechts aan ondergeschikt is, ook al wil deze dat proces beïnvloeden.

Hoe kunnen we denken met de wereld om ons heen als instrument?

De grote vraag is dan ook hoe we dat proces, dat zich autonoom lijkt te voltrekken, kunnen gebruiken als instrument, de stad als brein. Ons denken draait als een autonoom systeem en bepaalt ons wereldbeeld en ons handelen. Soms geschiedt dat in een situatie dat we ons ervan heel bewust zijn, maar soms kan het zich buiten onze wil voltrekken in bijvoorbeeld dromen of dagdromen. Anderzijds kunnen we ons denken ook gebruiken als een instrument. We lossen er problemen mee op, raadplegen ons geheugen, en bedenken nieuwe beelden en analogieën. Als we ons denken hanteren als instrument kunnen we soms dat denken zeer gericht dwingen of sturen, en op een ander moment ‘meereizen’ met onze stroom van gedachten. Het denken is daarmee deels een onafhankelijk werkend systeem, deels een instrument dat slechts draait dankzij het feit dat wij leven.

Mensen stimuleren elkaars denken. Door de impulsen van anderen leren we ons denken actief te houden en te vernieuwen. Dat kan ook in een stad. De processen in een stad worden uitgevoerd door mensen maar voltrekken zich langs wetmatigheden die niet bepaald kunnen worden door individuele beslissingen. Een stad stimuleert ons, en wij als collectief houden die stad in beweging (het ritme).

Denken en materiële wereld

Ons denken lijkt los te kunnen staan van de materiële werkelijkheid. Maar we hebben die materiële werkelijkheid nodig in ons denken om daarmee eenvoudige beelden ter ondersteuning te zien. In een simpele wereld van geometrische elementen kunnen we elementaire begrippen aanschouwelijk maken. Onze ‘denkblokkendoos’ geeft de gelegenheid om begrip te ontwikkelen voor eenvoudige rekensommen, (1 + 1 = 2, enz. ), het gegeven dat niet twee blokken op dezelfde plaats kunnen staan, overeenkomst en verschil, tegenover elkaar staan of naast elkaar, dan wel om elkaar heen, zwaartekracht, geometrische vormen, plastische vormen enz. Die begrippen leren we als we spelen. Ze hebben een betekenis gehad in onderwijsmethoden van de 19de eeuw, zoals Fröbel en Montessori, en we hebben deze begrippen geleerd als kind in ons spel met blokken of met de wereld.

Naast een geometrische werkelijkheid zijn er ook andere elementaire kwaliteiten die ons denken vanaf het begin voeden, zoals materie en energie, zoals Beuys onderscheid maakte tussen materialen als hout, bont, vet, honing en koper. Maar er is ook een denken in de vier elementen, aarde, water, lucht, vuur, elementaire smaken en geuren, en temperatuur. Ons denken is gevoed door geometrische constructies en kwaliteiten van materie in rust of in beweging, snelheid, traagheid, cirkelgang, vallen, stijgen enz. De wereld van vormen, bewegingen en kwaliteiten geeft ons de mogelijkheid om van een gedachte een voorstelling te maken en om gedachten gemakkelijker te onthouden. Maar de aard van de materie, hun mogelijkheden en onmogelijkheden, hun bewegingen en hun kwaliteiten geeft ook direct vorm aan ons denken. We kunnen moeilijk dingen denken die in strijd zijn met het elementair gedrag van materie. In die zin vormt de materie een gereedschap dat gedachten genereert en stuurt.

Wij denken niet alleen met onze geest of ons brein. Evenzeer maken we gebruik van ons lichaam, onze zintuigen en ons contact met de wereld om ons heen. In het verlengde van ons lichaam kunnen we gebruik maken van gereedschappen en instrumenten. Uiteindelijk kan onze omgeving bijdragen tot ons denken. De wereld is evenzeer een denkinstrument als onze geest, ‘de binnenwereld’. Maar hoe verder de dingen van ons af staan, hoe meer die elementen zelfstandig worden, autonoom functioneren.

Kunst wordt zo een denken over en met de wereld, gebruik makend van beperkingen en mogelijkheden van de wereld om ons heen. Maar dan zo, dat we, als in een spel, op nieuwe fantasieën en gedachten kunnen komen zonder dat ons handelen en ons denken direct en praktisch resultaat opleveren. We laten het denken ‘ontsporen’ om zo opgenomen te worden in een wereld van onze verbeelding die tegelijkertijd wordt ondersteund door ervaringen in de werkelijkheid.

Hoe we denken met de dingen om ons heen heb ik uitgebreid behandeld in mijn boek: “Van Muzisch Spel naar Muzisch Denken”, uit 2015.

En zo kan ook de stad een denkinstrument worden, een brein, grotendeels autonoom, maar toch ook een instrument voor onze verbeelding.

De stad als brein: een aantal mogelijkheden en vragen

We kunnen ervaren dat een stad karakter heeft en dat de stemming van de stad verschilt per moment.

We kunnen zien hoe in een stad veel van wat we in de wereld kunnen bedenken een weerslag heeft in een stad, in de vorm van een beeld, een product, een plaats, een naam.

Door die stad te bestuderen, plekken te bezoeken die aan de aandacht ontsnappen of die vergeten zijn lijkt het wel of we de geheimen van de stad ontdekken of het onbewuste open leggen.

In een stad komen communicatiekanalen en informatiestromen samen als een kluwen van connecties, vergelijkbaar met een denkend geheel, een brein.

De stad als geheugenplaats

Een stad kan plekken of details geven die bepaalde gebeurtenissen oprepen. Als we lang in een stad hebben gewoond zin er overal plaatsen die herinneringen oprepen. Zo lijkt de stad op een ingevulde geheugenplaats, zoals we die kenden in de Klassieke Oudheid.

De stad als vehikel voor een historisch inzicht

Rondlopend in de stad kunnen we allerlei momenten uit de geschiedenis zien. Zo draagt de stad bij aan ons historisch besef, en geeft de stad ons een besef van identiteit.

De stad als uitdrukking van fundamentele ruimtelijke begrippen:

binnen/buiten, open/gesloten, voorkant/achterkant

In een stad doen zich een aantal fenomenen voor die we terugvinden in andere situaties, principiële verhoudingen tussen zaken en fenomenen.

De stad als metafoor van ons brein, het vinden van het onbewuste

De stad is een knooppunt van ritmes, een stapeling van cyclussen, een constructie van schillen met buitenkanten en binnenkanten, verborgen zaken en betekenisvolle façades. Zo lijkt de stad een portret, een afbeelding van ons denken.

De stad als de schaal waarin we ons leven kunnen weerspiegeld zien in de geschiedenis.

In onze stad kunnen we, al rondkijkend, de verbinding leggen tussen ons eigen leven en historische gebeurtenissen.

De stad als uitdrukking van de verhouding natuur tegenover cultuur.

De stad als uitdrukking van veroudering tegenover vernieuwing

Elke stad is een verzameling van details en fragmenten die met elkaar botsen, doordat ze ontstaan zijn in verschillende perioden.

Op zoek naar het centrum en de ultieme betekenis

Een stad lijkt een centrum te hebben, of verschillende centra die een speciale aantrekkingskracht hebben, kunnen functioneren als een openbare ruimte.

Stad als plaats van uitwisseling

De stad is de plaats waar vernieuwende ideeën worden ontwikkeld en uitgewisseld. Het is ook de plaats van handel.

De openbare ruimte als plek om rollen te spelen

Een openbare ruimte is ook de plaats waar een aanwezige kan kiezen voor een specifieke rol. De handelaar, de voyeur of de flaneur, feestvierder of politicus, causeur of zwijger enz.

De stad als verzameling van kwaliteiten

Mensen leren denken door besef te ontwikkelen voor kwaliteiten. Een rijke omgeving me veel kwaliteiten stimuleert het denken.

We moeten wel leren om de stad als brein te gebruiken. Het kost tijd om de stad te leren kennen. Een minimum aan historische kennis om betekenissen te ontwaren is vereist. Niet iedereen kan zomaar de stad als brein ‘gebruiken’. We moeten ervaringen opbouwen en herinneringen krijgen, liefst ook verhalen van anderen horen. Daarnaast moeten we leren zien wat de kwaliteiten van een stad kunnen zijn: belangrijke bewegingen en gebeurtenissen in de stad zo vormgeven dat mensen deze als nieuw kunnen ervaren.

Voor de stad Leiden kunnen we bijvoorbeeld op de volgende bijzondere eigenschappen wijzen:

– De ‘waterpleinen’ van Leiden: de watervlakte bij Oude Rijn, Herengracht en Haven, de waterpartij bij Het Gangetje waar Oude en Nieuwe Rijn samenkomen, en het water bij de Blauwpoortsbrug. Dat zijn de meest spectaculaire watervlakten in de stad, maar er zijn er meer.

– De Breestraat als ‘dijk’, hoe alle stegen naar de Breestraat omhoog lopen. Hoe herkenbaar is dat de Breestraat hoger ligt dan alle straten eromheen. De Breestraat die evenwijdig aan de Rijn loopt.

– De Singelbegrenzing nog in tact. Singelpark, de complete omcirkeling van de oude stad.

– Vanaf het station de stad in gaan, nauwe doorgang, eerste opening bij de Beestenmarkt

– De verborgen opstelling van de kerken.

– Silhouet van buiten af

– Samenkomen van twee Rijnarmen. Leiden als een stad ontstaan op een plek van ontmoeting van drie rivierarmen: Oude en Nieuwe Rijn en Mare.

– Samengaan van universiteit en Leidse burgerij

– Geluidscontrast tussen hofjes (stilte) en de straat

– Onregelmatige rooilijnen

– De stad ontwerpen als geluidscompositie

Sommige eigenschappen komen in veel steden voor. Andere eigenschappen horen typisch bij deze stad. Om hier inzicht in te krijgen moet je een kenner van de stad zijn.

En je moet creatief willen kijken, openstaan voor de bijzondere constellaties. Dan is het ook mogelijk om dergelijke kwaliteiten te zien in andere steden.

Istanbul, een stad aan de Bosporus

Oslo, stad in een baai

Stockholm, stad van eilanden

Venetië, idem

Geschiedenis van Amsterdam: tussen IJ en Amstel

De beschrijving van een stad als een intrige is uitgewerkt in “De Onzichtbare Steden” van Italo Calvino.

Hoeveel kan een stad in één keer aan? Met ingrepen kan men het karakter van een stad veranderen, verpesten of versterken.

Daarvoor hebben we onderzoek en experiment nodig. Jonge kunstenaars zouden daaraan kunnen werken:

– Hoe kun je de stad als gebeurtenis vorm geven?

– Hoe zie je de geschiedenis terug in de stad

– Kan een stad ook vormgegeven worden als een gedicht?

– Kunnen we de verhouding natuur – cultuur wijzigen?

– Wat willen we in de openbare ruimte? Hoe moeten we het vormgeven?

– Hoe kan een stad functioneren als geheugenplaats?

We kunnen het onbewuste van de stad terugvinden door op onderzoek uit te gaan in kelders en zolders, oude fasen van de geschiedenis te herkennen in het stratenpatroon, zien hoe delen van de stad geordend of gebouwd zijn vanuit een ander waarden patroon en nu om nieuwe redenen een specifiek karakter hebben gekregen.

Veel kan aangepakt worden vanuit de kunstgeografie:

  1. Er is een plek met specifieke kenmerken
  2. Er zijn verhalen rond die plek, de mythen van een plek
  3. Er is een scenario, een prognose of een wens denkbaar om de plek een specifieke rol te laten spelen

Vragen kunnen zo ontstaan:

– Hoe kan men de mythe van een plek veranderen?

– Hoe heeft de geaardheid, het geheel van kwaliteiten van de stad, invloed op de mythe?

– Hoe beïnvloed men het scenario? Door een nieuwe mythe vorm te geven? Door de plek te veranderen?

– Welk scenario leidt tot een andere vorm van een plek?

We kunnen spelen met ruimteconcepten. (zoals hiervoor gegeven: Genius Loci, binnen/buiten, geometrische ruimte, English Garden, machine, informaiestad, brein

Er kan een visie ontwikkeld worden om te zien wat de plaats van de kunstenaar in de stad moet zijn. De stad zien als een systeem, met daarbinnen de kunst als een van de krachten.

Over expressie

Het is een bekend thema uit sprookjes: een wandelaar in een bos hoort een vogel. Hij probeert dichterbij te komen, maar steeds als de wandelaar vlakbij is, vliegt de vogel weg. Zo kunnen mensen verdwaald raken. En zo kan een ieder het in de werkelijkheid meemaken want zo is het gedrag van veel dieren.

Vergelijkbare ervaringen kun je ook met een kunstwerk hebben. Je hoort een muziekstuk en wordt gegrepen door een bepaalde samenklank, de wending in een melodie of zo iets. Een detail slechts valt op en blijft je bij. Wanneer je een werk langer kent raak je die eerste herinnering meestal kwijt. Opeens kun je tot het besef komen dat die eerste fascinatie verdwenen is. Dat inzicht van die eerste keer is zoek. Je gaat het muziekstuk van alle kanten bekijken, analyseren en naspelen. Dat doe je om die eerste betovering weer tot leven te wekken. Steeds ontdek je elementen waar die betovering in had kunnen zitten. Na een tijdje is die overtuiging weer verdwenen en ga je verder op zoek. Zo kun je muziekstukken je leven lang meenemen, analyseren, koesteren, afwijzen en weer uitzoeken. De vondsten van schoonheid werken als die vluchtende vogel. Je vindt de plaatsen die een schoonheidservaring oproepen, maar de ontroering verdwijnt na enige tijd en je zoekt verder in het muziekstuk. Zo speel je muziekstukken je leven lang. Een bevriende componist opperde de gedachte dat de componist zelf sommige stukken misschien niet meer dan een keer of twee had gespeeld. Als je dan, ook als amateur, zo’n stuk vijftig jaar meeneemt, ken je er wellicht meer lagen van dan de componist zelf.

Een compositie is in zekere zin een transformatie van een veelheid aan andere stukken, van de hand van dezelfde componist of van andere componisten binnen dezelfde traditie. Bovendien zijn composities, als ze er eenmaal zijn, gebaseerd op klanksystemen en speelwijzen. Eigenlijk is een muziekstuk, elk kunstwerk, het topje van een ijsberg, van onderliggende tradities. Het fragment van een compositie kan ook op die manier verwijzen naar het totaal van de compositie, maar ook naar het systeem dat de compositie had mogelijk gemaakt.

Het ontdekken van het expressieve detail, het esthetische fragment is een belangrijk gebeurtenis in het beluisteren van muziek. Soms kan het gebeuren tijdens een concert. In een ingewikkelde sonate is er een opvallende verandering van klankkleur. Het lukt de muzikant om het zo te spelen dat bijna iedereen het hoort, en ook dat iedereen het van elkaar weet dat ze het horen. Dan slaat de ontroering door het publiek als een essentiële gedeelde ervaring. Het vermogen een ontdekking te delen, dat is de kwaliteit van een kunstwerk. Tijdens zo’n concert kan men dat heel goed ervaren.

Onze waardering voor kunstwerken begint vaak voor fragmenten. In het fragment ervaren we de expressie, het spreken, en vermoeden we een achterliggende orde. Vanuit die eerste ervaring groeit de waardering voor het werk, maar verdwijnt die eerste ontroering.

In het ergste geval wordt het werk uiteindelijk bedekt me een dikke korst van nieuwe herinneringen en associaties waardoor het oorspronkelijke werk aan ons zicht wordt onttrokken. Om dan terug te keren tot het eigenlijke werk moeten we een lange weg gaan. Het is een weg van onbevangen luisteren, analyseren, de oude associaties en het maniërisme van een versleten interpretatie inleveren voor een begrip voor de oorspronkelijke structuur. Soms vinden we de eerste fragmenten terug. Dan beseffen we dat onder de meteen herkenbare uitdrukking van een werk nog een laag te vinden is waar in fragmenten blijkt hoe uitdrukking en orde kunnen samengaan, een expressie die raakt zonder dat er echt sprake is van een bepaalde stemming.

 

De Metamorfosen van Ovidius, een verhalenverzameling als een kralensnoer

De Metamorfosen van Ovidius heb ik altijd opgevat als een late elegante interpretatie van de oude mythologie. De elegantie, soms het grappige, gecombineerd met pogingen om bewijzen te leveren van eruditie en virtuositeit waren naar mijn idee bepalend voor het karakter van het werk. Die inschatting maakte ik op de middelbare school. Zo is me het eigenlijk ook wel geleerd. Later zag ik die eigenschappen terug in de vele schilderijen van mythologische scènes in de Europese kunstgeschiedenis.

kralensnoer

Maar de laatste jaren ga ik de Metamorfosen anders zien. De metamorfose als gebeurtenis doet me denken aan Surrealistische schilderijen met hun dubbelzinnige en verontrustende gedrochten en beelden. Die dubbelheid is ook terug te vinden in de Egyptische kunst. Hiërogliefen, De Metamorfosen, het Surrealisme en Readymades lijken op één concept gebaseerd te zijn. Het is de verontrustende constatering dat alles steeds kan veranderen en dat er geen vaste basis in de werkelijkheid bestaat die we kunnen vertrouwen.

De gedaanteverandering, metamorfose, als leidend principe

Om een uitgebreide mythologische verhalencyclus te schrijven heb je een uitgangspunt nodig, een hoofdfiguur, een conflict dat je centraal stelt of een bepaalde manier van ordenen. Ovidius heeft als leidraad de metamorfose gekozen. De Metamorfosen vormen een verzameling verhalen die allemaal afzonderlijk eindigen in een gedaanteverandering van een of meer hoofdpersonen. De verandering vormt dus het basisprincipe. De eigenlijke metamorfose is vaak beschreven vanuit de persoon die de verandering ondergaat. De radeloosheid wanneer het slachtoffer ontdekt dat hij de taal moet ontberen en zijn ware identiteit niet meer kan onthullen; in plaats van spreken kan hij alleen nog maar loeien of kwaken. De personen worden dieren, bomen, bloemen of stenen. Tijdens die verandering zijn ze heel even gelijk aan de Egyptische goden, half mens half dier. In bijna alle gevallen veranderen de personen vanwege eigenschappen die ze al in meer of mindere mate hadden. Vaak worden ze op die manier gestraft voor die eigenschappen.

De Lycische boeren die de godin Leto dwarsbomen, als zij wil drinken uit een bron, worden veranderd in kikkers. Toen zij in de poel rondsprongen om de modder door het water te mengen en het water zo ondrinkbaar te maken, sprak Leto de verwensing uit dat zij voor altijd in de modder mochten rondspringen. Toen veranderden zij in kikkers.

Hun stem is nu ook rauw, hun nek wordt dik en opgeblazen,

hun kwekkerbek wordt almaar wijder door het schelden zelf.

Dan zet hun kale kop nog uit, de hals lijkt nu verdwenen,

hun rug ziet groen, hun buik, het dikste lichaamsdeel, ziet wit.

Zo springen zij in modderplassen rond, nieuwbakken kikkers.

Echo die met haar gepraat de godin Hera wist te misleiden wordt voor straf beperkt in haar spraakvermogen. Ze kan alleen de laatste woorden van haar gesprekspartner herhalen. Ze wordt een Echo. Later kwijnt ze weg en blijft alleen de echo over als ze hopeloos verliefd wordt op Narcissus.

Door slapeloze droefheid raakt haar lichaam uitgeteerd

en schraalheid doet haar huid verdorren, alle levenssappen

ontsnappen aan haar lijf. Wat rest zijn botten en haar stem.

De stem beklijft, de botten – zegt men – zijn tot steen geworden.

Sindsdien schuilt zij in bossen, is onzichtbaar in de bergen,

maar wel alom te horen. ’t Is de klank waarin zij voortleeft.

Narcissus wordt vervloekt vanwege zijn trots en wordt verliefd op zijn eigen spiegelbeeld als hij water wil drinken uit een poel. Hij kwijnt weg en in zijn plaats blijven alleen bepaalde bloemen, narcissen, aan de rand van de poel groeien. En zo kwam een voorspelling uit. Het zou goed gaan met Narcissus zo lang hij zichzelf niet zou kennen.

Dit alles geschiedt in een landschap buiten, het Griekse of Italische landschap met kleine bergen en heuvels, bosjes en akkers, baaien en beekjes. Het is een bezielde wereld vol goden en nimfen. Om die wereld te beschrijven gebruikt Ovidius vergelijkingen. Realisme is in dat geval een kwestie van de juiste vergelijking vinden.

De metamorfosen en natuurverschijnselen worden aan elkaar verbonden in lange ketens van verhalen die de indruk geven dat je in een soort doolhof bent terecht gekomen. De volgorde is willekeurig en associatief, zo op het eerste gezicht. Daarbij wordt het meteen duidelijk dat de verhalen er al lang waren. Ovidius komt met een eigen of nieuwe interpretatie, maar in principe bestonden de verhalen al. Daarom kon de dichter vrij omspringen met de volgorde.

Raamvertellingen

De Metamorfosen vormen kettingen van verhalen. Die reeksen zijn vaak raamvertellingen. Er is een aanleiding om het verhaal te vertellen, en vaak geschiedt dat in de tekst door een verteller. Om iets weer te geven, verslag te doen, is er een raam, een omlijsting nodig waarbinnen het verhaal wordt getoond. Bij nabootsing, mimesis of afbeeldingen maakt de kunstenaar meestal gebruik van een omlijsting en een aanduiding over wat men kan verwachten. Zo’n lijst kan nodig zijn om te weten waar de andere wereld begint en onze wereld ‘eindigt’. En dat geschiedt bij de raamvertellingen van De Metamorfosen ook. Daardoor wordt de toeschouwer geholpen en weet deze dat hij een nieuwe schildering kan verwachten. Het is te vergelijken met een schilderij gevat in een gedecoreerde gouden lijst waarbij de toeschouwer geholpen wordt om op de juiste plaats het te verwachten verhaal te ‘projecteren’. In de weergaven van De Metamorfosen maakt Ovidius daarnaast gebruik van vergelijkingen om het fenomeen zo treffend mogelijk te karakteriseren.

Kralen

IMG_20171106_220329

Het was een winkeltje in Amsterdam. Hij verkocht Afrikaanse voorwerpen. Ik ging er naar toe om kralen te kopen. Die kon je bij hem goedkoop krijgen. Als een echte dealer zorgde hij altijd iets goedkoops te hebben, waarna je prompt na drie weken terugkeerde om nog meer te kopen. Ik raakte verslaafd aan kralen. Achterin zijn kelderwinkel mocht je zelf zoeken in de laatjes. Je kwam dan naar voren met een berg kralen en kettingen. Je moest met de eigenaar praten. Die zat meestal jenever te drinken en was dan in een goede bui. Daardoor waren zijn vraagprijzen altijd heel schappelijk. Hij had ook een vriend die als assistent hielp in de zaak. Met hem moest je niet praten, die vroeg het dubbele.

En de oogst was altijd fantastisch. Kettingen uit Ethiopië met een benen punt in het midden, als een soort snorrebot, voorzien van raadselachtige tekens. De andere kralen waren soms veelkleurig Venetiaans. Amsterdams blauw, dat waren kobaltglazen blauwe ringetjes uit de achttiende eeuw, gebruikt voor de slavenhandel. Bronzen kralen uit Kameroen, grafkraaltjes van klei uit Djenné en grote kralen van kopal. De meeste kettingen kwamen uit Afrika.

Sommige kralen hadden eeuwenlang gezworven over de wereld. Van Bohemen naar Ethiopië, van Venetië naar Ghana enz. Kralen zijn soms zo versleten dat ze een doffe glans hadden gekregen door alle beschadigingen. Kralen zijn ook onverwoestbare kunstwerken. Ze gaan nauwelijks echt kapot en keren terug in de meest onverwachte samenstellingen.

Eigenlijk lijken kralenkettingen op een verhalencyclus uit de mythologie. Of zelfs op het leven: nieuwe elementen en oeroude resten samengesteld tot een nieuw geheel, chaotisch of harmonisch, verleidelijk of troosteloos. DNA is ook zo’n keten. De bioloog Dawkins stelde dat de evolutie draaide om genen, niet om organismen. Dus eerder om de kralen dan om de ketting als geheel.

En zo is de kralenketting een metafoor voor het leven en voor de cultuur. De kralenhandel hangt samen met of wordt beïnvloed door mondiale politiek. Sommige kralen, daarvan wil je eigenlijk niet meer weten dat ze bij je thuis hangen: Als in Afrika een hongersnood of een conflict uitbreekt komen de kralen uit dat gebied ineens in een grotere hoeveelheid naar ons land, en worden ze goedkoop, zo schijnt het. Malachietkralen uit Congo: hoe wordt malachiet gewonnen? En de onduidelijke prijsschommelingen voor Lapis Lazuli, voornamelijk afkomstig uit Afghanistan….

Een ketting maakt een cyclus door. Iemand heeft via onmogelijke en avontuurlijke handelscontacten een ketting bij elkaar verzameld. Het wordt een winstgevend object en vervolgens een geschenk. Liefde, berekening, ruilobject? Deze ketting wordt gedragen en doorgegeven aan een erfgenaam, maar valt ooit uit elkaar. De afzonderlijke kralen gaan weer een rol spelen in andere kettingen. Ze hangen in mijn studeerkamer tussen de boeken, als kitscherige, wat zeg ik, prollerige roofresten, mij herinnerend aan andere werelden en avonturen die ik niet zou aandurven. Maar ze zijn mooi en hebben een duizelingwekkende geschiedenis.

De universele esthetiek van de kraal

Kettingen zijn op het eerste gezicht, of oppervlakkig bekeken, overal min of meer gelijk. Het is een universele esthetiek. Natuurlijk verandert dat zodra een uitgebreide hofcultuur of een sophisticated design een rol gaan spelen. Maar vóór die tijd is een ketting universeel. Kleurig, glimmend, fijn om aan te raken, divers en rijk. Het is net zo universeel als de manier waarop volwassenen hun stem omhoog draaien en gaan zingen als ze een baby toespreken. De kralenketting en de babywereld horen bij elkaar. Misschien was het muzische wel een poging om de kinderwereld vast te houden tegen de grimmigheid van het volwassen leven in.

Dingen om te denken

Kralen zijn dingen. Dingen zijn verlengstukken van de mens. Een mens denkt niet alleen met zijn hoofd of in zijn geest, wat dat ook mag zijn, hij denkt ook met zijn handen en voeten, met zijn hele lichaam. Daarmee heeft hij sensaties, onderzoekt hij ruimte, temperatuur en materiaal, grijpt in, ziet wat er gebeurt enz.

Om in te grijpen in de wereld gebruiken mensen vaak gereedschappen, voorwerpen. Die gereedschappen gaan we ook ervaren als delen van ons zelf. Met die dingen communiceren we met de omgeving, manipuleren we de wereld om ons heen, denken we dus. We voelen die dingen als deel van ons zelf. Tegenwoordig geldt dat in hoge mate voor bijvoorbeeld een smart phone, maar dat was ook mogelijk met een Zwitsers zakmes, de hamer van een timmerman, het krijt van een schetsende kunstenaar enz.

Soms laten we de gereedschappen los. We laten ze rusten. Ze wachten om weer een onderdeel van ons te worden. Je kunt gereedschappen ook echt in de steek laten. Ze horen nergens meer bij, zijn zinloos geworden, wachtend in hun passieve zwerftocht om weer een nieuwe betekenis te krijgen, onderdeel te zijn van een persoon.

Voor kralen en kettingen geldt dit op een bijzondere manier. Als ze gedragen worden zijn ze werkelijk een onderdeel, zelfs een persoonlijk onderdeel, van de drager. Er kunnen momenten zijn dat de ‘versierselen’ van een mens doorslaggevend zijn voor zijn positie en identiteit. Uniformen met onderscheidingen kunnen zo functioneren. Bij uitstek geldt het natuurlijk voor een koningskroon.

Kralen hebben een identiteit mede bepaald, waren symbolen, gedragen door mensen die zich een recht hadden toegeëigend of dat recht hadden verdiend. En dan gaan ze zwerven. Ze verliezen hun betekenis, gaan verloren, of de drager sneuvelt of komt te overlijden. Kralen worden zelden weggegooid. Ze gaan zwerven, worden zelfs verhandeld. En zo komen Venetiaanse kralen in Oost-Afrika, en Boheemse in Senegal. Zo is er ook een barnsteenroute van de Oostzee naar Griekenland en het Midden Oosten. Daar worden ze weer opgenomen in nieuwe sieraden of kettingen en krijgen ze een nieuwe betekenis. Als kralen niet worden gedragen, slapen ze in zekere zin.

Verhalen als kralen

En dat zien we ook bij die andere kettingen, de mythologische verhalen. De verhalen zijn er, slapende, tot dat iemand een verhaal vertelt. Dan gaat het verhaal weer functioneren. Maar dan met het ook echt verteld worden. zoals een ketting met trots of met aandacht gedragen moet worden. Dit is essentieel. Je kent een verhaal, maar … kun je het ook echt vertellen? Het geldt voor meer: Je kent de noten van een muziekstuk, maar …. kun je het ook echt spelen?

De metamorfosen als een caleidoscoop

Om de Metamorfosen van Ovidius te omschrijven als kralenketting is tegelijkertijd ook een te eenvoudige benadering. De opeenvolgende verhalen zijn soms als series of kettingen aan elkaar verbonden, maar ook kan ineens binnen een verhaal een ander verhaal opduiken, omdat een bepaalde persoon aan het woord is, of omdat er een vergelijking mogelijk is. De verhalenreeksen lijken ook als brokstukken van een groter geheel verbonden te zijn, een soort elegante ruïne. Op die manier is het gedicht Metamorfosen ook een caleidoscoop, een constructie die steeds andere gezichtspunten of vensters op stukken van de wereld biedt. Het gegeven van venster, of omlijsting is essentieel als het om nabootsing gaat. Ovidius tracht in zijn gedicht op essentiële momenten ook die nabootsing zoveel mogelijk na te streven, veelal door zorgvuldig gezochte vergelijkingen.

Nabootsen, beelden maken is een algemener fenomeen dan alleen een ambachtelijke prestatie van de mens….

De wereld als beeldenmaker

De wereld wordt verlicht door de zon. Daardoor zijn er schaduwen en dingen die in het licht staan. Die zon beschijnt ook de maan. Deze verlicht de aarde in de nacht. De maan laat ook de schaduw van de aarde zien. Er is een verhouding tussen zon, maan en aarde. Die drie houden elkaar in hun greep: aarde en maan krijgen hun energie en hun licht van de zon. Ze beelden de invloed van de zon af in hun eigen materie. De kosmos is een maker van beelden.

In een voortdurend veranderende wereld worden op allerlei manieren beelden gemaakt: door schaduwen, door weerspiegelingen in het water, door afdrukken in het zand, door de manier waarop wind en zand met de dingen spelen enz. De aarde maakt beelden. Die beelden kan de aarde lezen via de mens die de beelden ziet. De geoloog Peter Westbroek wijst er op dat een foto vanuit een ruimtestation van de aarde die opkomt achter de maan, de eerste maal is dat de aarde naar zichzelf kon kijken.

Maar vóór die gebeurtenis ‘wist’ de aarde al dat er zoiets bestond als afbeeldingen. Dat wist de aarde, en vooral de mensen levend op die aarde, dankzij zon en maan.

Een kunstenaar beweegt zich mee met dat proces van beelden maken. Hij imiteert het proces van de aarde, registreert de vormen die ontstaan en maakt er een document of een compositie van.

De mens die de beelden van de aarde overneemt en tot afbeeldingen van de wereld maakt

Er zijn voorwaarden die nabootsing mogelijk maken. Er moet een venster zijn, een kader of omlijsting waarbinnen het proces zich voltrekt. Het kan letterlijk een raam zijn, of een lijst, maar het kan ook het raam van een raamvertelling zijn, het kan de monoloog zijn van een spreker, het kunnen de omstandigheden zijn waarin een verhaal tot bloei komt. Het thema dat men afbeeldt moet afgedrukt worden op een vlak, in materie en gefixeerd worden. In taal betekent het dat de gebeurtenis wordt verbeeld door middel van vergelijkingen en uitgedrukt in een specifieke taal, een metrum, een melodie en een specifieke woordkeuze. Om deze afbeelding goed te maken moet de maker, de kunstenaar ook de juiste afsnijding vinden, de compositie die bepaald wordt door het detail van de wereld dat men wil nabootsen en tonen. Venster, vergelijking, keuze van taal en afsnijding bieden de specifieke voorwaarden voor nabootsing.

Michael van Hoogenhuyze

mei, 2016

 

Toelichting op de Hieroglyphica van Horapollo

 In de kunst speelt fantasie een grote rol. Het vermogen een wereld op te roepen die er niet is, ja zelfs onmogelijk is. Die fantasie is tegelijkertijd bevrijdend en bedreigend. Een mens kan zich iedere vreemde werelden voorstellen, maar door die op aannemelijke wijze te verbeelden komen die werelden dichter bij de realiteit. Het kan een ongemakkelijk gevoel geven. We komen tot het besef dat de wereld zoals we die ons normaliter voorstellen misschien niet zo vanzelfsprekend is. Het Surrealisme (vanaf 1924) heeft veel van zijn werking aan dit gegeven ontleend.

Het Surrealisme is niet alleen verontrustend omdat er afbeeldingen zijn gemaakt die vreemd en onrealistisch zijn. De indringende werking komt ook tot stand omdat in de getoonde beelden relaties te bespeuren zijn met andere beeldtradities. De vreemde beelden zijn niet zo maar vreemde verzinsels, maar gaan terug op oude overleveringen. Een van de bronnen wordt gevormd door een oud boek uit Egypte: De Hieroglyphica van Horapollo. De vreemde combinaties van goden, mensen en dieren, de bizarre montages van verschillende voorwerpen doen denken aan de metamorfosen van Magritte of Max Ernst. De symbooltaal van de Hieroglyphica vormt de weerslag van de laat antieke cultuur in Egypte. Deze wereld vormt zelf weer de voedingsbodem voor een andere beeldtraditie: Die van het Tarotspel. En zo is fantasie voortdurend tegelijkertijd grensverleggend en voortzetting van bestaande tradities. In de volgende tekst wil ik de werelden van het laat antieke Alexandrië, de symbooltaal van de Renaissance en de wereld van het Surrealisme aan elkaar verbinden.

Hieroglyphica

De Hieroglyphica van Horapollo is een tekst die ooit ontstaan is in Egypte. Horapollo is de naam van een geslacht van geleerden in de vijfde eeuw na Christus. Zij leefden in Alexandrië, de Griekse stad die in de vierde eeuw voor Christus door Alexander de Grote in Egypte was gesticht.

De tekst is bekend geworden dankzij de ontdekkingsreiziger Christoforo Buondelmonti. Hij had een kopie gevonden op het eiland Andros gedurende zijn zwerftochten langs de Griekse eilanden in het begin van de vijftiende eeuw. (Buondelmonti heeft ook zorg gedragen voor de oudste plattegrond van Constantinopel, slechts enige tientallen jaren vóór de verovering door de Turken in 1453.)

De Hieroglyphica was in oorsprong een Griekse tekst, een vertaling door een zekere Philippus van het oorspronkelijke Egyptisch van Horapollo. Dat staat tenminste in de aanhef. En daarmee hebben we meteen een raadsel. In de vijfde eeuw was kennis van het Egyptisch nauwelijks nog aanwezig. Het zou geschreven moeten zijn in een cursief schrift, het Demotisch. Maar ook de kennis daarvan was bijna verdwenen. Het schrift dat in die tijd wel werd gehanteerd was het Koptisch, een Egyptisch, geschreven in overwegend Griekse letters. Maar dat Koptisch werd vooral gebruikt voor Christelijke teksten, in een omgeving waarin geen interesse bestond voor Egyptische of Griekse kennis; deze werd zelfs gewantrouwd. Het is daarmee onduidelijk in welke taal en in welk schrift de oorspronkelijke tekst van de Hieroglyphica is geschreven.

De Hieroglyphica geeft een uitleg over een groot aantal Egyptische hiërogliefen. De tekst omvat twee delen en daarbinnen bijna tweehonderd kleine hoofdstukjes die beschrijvingen geven van hiërogliefen en hun betekenis.

Toen de tekst in het begin van de vijftiende eeuw in Florence bekend werd, is deze betrekkelijk snel vertaald in het Latijn. In die vorm werd de tekst heel populair. Er volgden vele drukken, vooral in de zestiende eeuw. De Hieroglyphica werd niet in de eerste plaats gezien als een boek om Egyptisch te lezen, maar eerder een inspiratiebron om te spelen met symboliek, traditionele of nieuw verzonnen. Het boek was de belangrijkste inspiratiebron voor de zogenaamde emblemenboeken, boeken met op elke pagina een plaatje met een verbale toelichting over het hoe en waarom van de betekenis van de afbeelding.

De Egyptische cultuur heeft al sinds de Griekse tijd gefascineerd. De enorme gebouwen, de ingewikkelde godsdienst met de vele goden en het raadselachtige schrift spraken tot de verbeelding. Van veel Griekse denkers wordt verteld dat zij in Egypte zijn geweest om kennis te nemen van de verborgen wijsheid van de priesters: Pythagoras, Solon en Plato. Als in de vierde eeuw voor Christus Egypte wordt veroverd door Alexander de Grote ontstaat er een cultureel landschap waarbij verschillende tradities naast elkaar en door elkaar voortleven. Het centrum voor die uitwisseling is Alexandrië geweest. Daar waren Egyptische priesters, Griekse geleerden en filosofen, maar ook Joodse geleerden en tenslotte Romeinse bestuurders. Het hoogtepunt van die uitwisseling was de beroemde bibliotheek van Alexandrië.

Toen Alexandrië werd gesticht was de Egyptische cultuur al duizenden jaren oud. Ook het schrift van de Egyptenaren was duizenden jaren oud. De oudste teksten waren geschreven in steen in de vorm van hiërogliefen. Ze zijn ontstaan rond drieduizend voor Christus. Het zijn kleine tekeningetjes die vaak iets voorstellen: een vogel, een zittende figuur, lichaamsdelen, een scarabee, de zon, vaak goed herkenbare tekeningen. De betekenis van het teken heeft vaak niets met die voorstelling te maken. Het Egyptisch kende van oudsher reeds verschillende soorten tekens, die bijna allemaal verwezen naar klanken, losse klanken en lettergrepen. Daarnaast zijn er tekens die verwijzen naar een begrip in plaats van naar een klank.

Het oude Egyptische hiërogliefenschrift is dus een complex mengsel van lettertekens, lettergreeptekens, en symbolen. Schrijvers ontwikkelden ingenieuze oplossingen om betekenissen over te dragen op de lezer. Men had een wonder ontdekt. Door een paar tekeningetjes te combineren kon er een betekenis in het hoofd van de lezer ontstaan, zonder dat je de mededeling helemaal moest uittekenen. De hiërogliefen waren eigenlijk juist geen magie, wat men vaak leek te veronderstellen. Het Egyptische schrijfsysteem was een ingenieuze vondst. Beelden konden in Egypte een magische functie hebben, maar dan moest er wel eerst een ritueel verricht worden: ‘het openen van de mond’, een ritueel dat wel plaats vond bij grafbeelden, maar niet bij schrifttekens.

Doordat de tekeningen zo duidelijk en herkenbaar zijn vermoedde men in latere tijden juist de betekenis te kunnen vinden in de tekeningetjes. Dat heeft de ontcijfering van het Egyptisch eigenlijk eeuwig in de weg gezeten.

Hiërogliefen waren tekens die gebruikt werden op monumenten. Op papyrus schreef men een soort cursief schrift, dat steeds meer werd gestroomlijnd. Dat schrift is het hiëratisch, het ontstond een paar eeuwen na de hiërogliefen. Schrijvers hadden een lange exclusieve opleiding. Alleen een kleine groep mensen konden dit schrift, hiërogliefen en hiëratisch, lezen en schrijven. De hiërogliefen werden bijna uitsluitend gebruikt voor religieuze teksten. Ook het hiëratisch was vooral gebruikt in een religieuze of ambtelijke context.

Rond zeshonderd voor Christus ontstond er een derde soort schrift, het demotisch. In dit schrift werden veel meer soorten teksten geschreven: gedichten, sprookjes, processtukken, brieven, medische verhandelingen, alles waar wij nu nog een schrift voor gebruiken.

Kennis van de Egyptische schriftsoorten verdween in de laatste eeuwen van de Klassieke Oudheid. In de tijd van Horapollo was er bijna niemand die nog oud Egyptisch kon lezen of schrijven. Inmiddels was er een vierde schrift tot stand gekomen. Het Koptisch, Egyptisch geschreven in een aangepast Grieks alfabet, was vooral bedoeld voor Christelijke religieuze teksten. Als de Hieroglyphica wordt geschreven, zijn er in Alexandrië een aantal talen in gebruik: Het Koptisch, het Grieks, het Latijn, Hebreeuws en misschien nog wat gebrekkige kennis van het oud Egyptisch. Kennis van hiërogliefen was een raadselachtig kluwen van benaderingen. Priesters wisten nog iets van de hiërogliefen, maar zagen die tekens zelf ook als magische tekens, ook geschikt als symbolen voor amuletten; de kennis was grotendeels zoek, maar de eerbied was er wel. Bovendien deden de Egyptische priesters zelf zeer geheimzinnig over het tekenschrift, tegelijkertijd bewonderd en vernederd als ze waren door de Griekse en Romeinse veroveraars. Men koesterde het als een kwetsbaar geheim, terwijl wellicht hun eigen kennis al zeer gering was. Wij kennen zelf het gegeven dat het zeer moeilijk is om een tekst van vijfhonderd jaar geleden te lezen; een dergelijk probleem moet ook optreden bij teksten die al meer dan tweeduizend jaar oud zijn. Dus veel oude teksten in de vorm van hiërogliefen moeten toen in de laatste eeuwen van het oude Egypte al bijna onleesbaar geweest zijn.

Horapollo was een geleerde die zich ontwikkelde in een bijzonder historisch milieu: de smeltkroes van Alexandrië. Het is de tijd dat allerlei tradities op een eind lopen. Dat einde wordt in Europa onder meer veroorzaakt door de Grote Volksverhuizingen van de vijfde eeuw. In Egypte was er de fanatieke bekeringsijver van Christenen. De oude Egyptische cultuur verdwijnt, de Griekse en de Romeinse evenzeer. Veel tempels en kunstwerken verdwijnen door het geweld van de Koptische Christenen. De Joden raken verspreid over een groot aantal plekken in Europa en het Midden Oosten. We zien hier de laatste dagen van een grote traditie. De mensen die in die tijd leefden waren het zich bewust, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de Asklepios, ook een geschrift uit die laatste eeuwen van de Antieke traditie.

O Egypteland, o Egypteland. Uw goden zullen een mythe uit vervlogen tijden worden. Uw goddelijke liturgieën, diep indrukwekkende plechtigheden en heilige openbaringen zullen voor het nageslacht ongeloofwaardige hiëroglyfen zijn, die in steen gebeiteld zijn en door toeristen worden aangegaapt.

In die situatie stelt Horapollo zijn Hieroglyphica samen. Hij wist iets van de oude tekens van het Egyptisch. Wellicht zag hij de tekens ook als bruikbare middelen om betekenissen op te roepen voor rituelen of bij gebruik van magie. Horapollo schrijft op wat hij weet van de hiërogliefen en van de Egyptische cultuur. De tekst is eigenlijk een ruïne vol misverstanden. Je zou de Hieroglyphica kunnen zien als een brief in een fles met de laatste informatie over de ondergaande Oudheid, verbrokkeld, geschreven in telegramstijl met gebruik van alle kennis waarover de geleerde priester Horapollo beschikte.

De opzet van het boek is van begin tot eind verkeerd. Horapollo behandelt losse tekens en betekenissen en geeft aan dat elk teken de uitdrukking is van een betekenis, dat de hiërogliefen dus ideogramman zijn, zoals de Chinese tekens. Dat is dus niet waar. Het Egyptische schrift is in eerste instantie een klankschrift. Daarbij zijn er tekens voor losse klanken en voor lettergrepen. De tekens geven alleen medeklinkers. Naast de klanktekens kunnen een aantal tekens ook rechtstreeks naar een betekenis verwijzen. Maar overwegend betreft het klanken. Toen het boek in Europa opdook geloofde men in het boek en werd het een soort inspiratieboek om symbooltalen te ontwikkelen. Er waren in Europa nauwelijks Egyptische teksten, hooguit een aantal geroofde obelisken. Dus was het nauwelijks mogelijk om de onjuistheid van de Hieroglyphica te ontdekken. Pas na de verovering van Napoleon kwamen veel kunstschatten uit Egypte naar Europa. In die tijd werd ook de steen van Rosette ontdekt en daarmee een sleutel op het Egyptisch. Op de steen van Rosette was dezelfde boodschap in drie talen gegrift: Hiërogliefen, demotisch en Grieks. Toen Champollion in 1824 het Egyptisch had ontcijferd begreep men dat de lezing van Horapollo onjuist was. Men keek niet meer naar het boek om.

Je zou dan ook de conclusie kunnen trekken dat de tekst van de Hieroglyphica slechts op twee manieren is te verklaren. Horapollo is extreem dom of geestelijk gestoord of een gewetenloze oplichter gebruik makend van al het geheimzinnige gedoe rond de hiërogliefen. De definitieve ontmaskering kwam dan met de ontdekking van Champollion. Maar zo duidelijk is het niet. Het blijkt dat Horapollo wel degelijk op de hoogte was van het gebruik van een aantal hiërogliefen. Zijn uitleg klopt van geen kanten, maar de door hem beschreven tekens worden wel bij de door hem vermelde betekenissen gebruikt. Bovendien lijkt het er op, zoals ik al opmerkte, dat het niet de bedoeling is geweest om met de Hieroglyphica Egyptisch te lezen. Het was een boek over de symbooltaal die hij zag in de Egyptische hiërogliefen, en kon functioneren als een handleiding voor het gebruik van symbolen. Daarbij verwijst hij naar Egyptische gebruiken, oude fabels en natuurhistorische wetenswaardigheden en ideeën.

De Hieroglyphica bestaat uit twee delen. Het eerste deel laat duidelijk de weerslag zien van de Egyptische cultuur. Bovendien is de volgorde min of meer logisch van opzet. De reeks tekens begint met termen als ‘de eeuwigheid’, ‘het jaar’, ‘de wereld’, grote kosmische begrippen. Daarna begrippen als ‘de koning’, ‘de priester’ enz. Al lezende krijgt men een idee van de laat Egyptische cultuur. Daarbij valt overigens op hoe gemakkelijk namen van Griekse en Egyptische goden naast elkaar worden gebruikt. Het tweede gedeelte lijkt meer Grieks. Zo wordt daar onder de verschillende dieren ook de beer genoemd. En je verwacht de beer niet direct in het Egyptische landschap. De Hieroglyphica als geheel is daarmee een mengsel van Egyptische en Griekse elementen, precies wat je kunt verwachten in het Alexandrië van de vijfde eeuw na Christus.

Veel van de teksten hebben een vaste structuur. Er worden een teken en een betekenis aan elkaar gekoppeld. Vervolgens wordt de relatie tussen die twee uiteengezet: ‘Als ze wespen willen uitbeelden, tekenen ze een dood paard. Want uit een dood paard worden veel wespen geboren’. (II 44) Je zou kunnen spreken van een ‘geheimtaal’: In de afbeelding van een dood paard is geen wesp te ontwaren. Maar omdat men dacht dat wespen uit een paard werden geboren, werd deze relatie gelegd. De tekst combineert een geheim met een bepaalde logica. De betekenis ontstaat door een omweg: men tekent geen wesp.

Als men een wesp tekent, betekent dat moord

(II 24: Hoe ze een bloeddorstig schepsel of een moordenaar voorstellen. Een wesp vliegend in de lucht of het bloed van de krokodil betekent een bloeddorstig man of een moordenaar.).

Dus het is een vreemd mengsel, een spel van raadselen en logica, gebaseerd op oude theorieën en verhalen (ook fabels) over dieren.

Dieren spelen een grote rol in de Hieroglyphica. Veel wetenswaardigheden over dieren komen we ook weer tegen in de ‘Physiologus’, een middeleeuws boek over de natuur waarin dieren en stenen worden behandeld. Veel komt ook voor in de fabelliteratuur. Eigenschappen van mensen worden in de Hieroglyphica vergeleken met dieren. De dierenwereld als spiegel voor de menselijke samenleving is de basis voor veel fabels, zoals ‘Van den Vos Reynaerde’. Zo bestaan er tal van verbanden tussen de Hieroglyphica en andere geschriften, met name teksten die als lijst zijn gecomponeerd zoals De Wereld van Plinius, of De physiologus.

Bij het doorlezen van de Hieroglyphica kun je je bewust worden van een aantal verschijnselen die kenmerkend zijn voor kunst en kunstbeschouwing. De beelden zijn zo sprekend dat er meteen behoefte ontstaat om bij de beschrijving van de tekens illustraties toe te voegen. Het is ook vaak gebeurd, en dat terwijl die illustraties eigenlijk niet nodig zijn. Er is een bepaald genot opgesloten in het vermogen om iets te begrijpen, een gedachte in het hoofd te krijgen die gelanceerd is door een schrijver. We zien het kadaver van een paard en weten dat de schrijver een zwerm wespen bedoelt. Het begrip, de kennis van een geheim om betekenis over te dragen in een omweg, dat zijn veel voorkomende processen in kunstwerken. De combinaties van raadselachtigheid en duidelijkheid, het geheim en logica, contrasten en logische verbanden maken hiërogliefen tot een bron voor avontuur. Het is vergelijkbaar met ingewikkelde symbolische schilderijen of duistere poëzie. Het ligt ook voor de hand dat een geïllustreerde Hieroglyphica inspireerde tot het maken van meer boeken met symbolen, vaak nieuw verzonnen symbolen. Zo is de Hypnerotomachia ontstaan en heeft men emblemenboeken ontworpen.

Was de Hypnerotomachia een complex boek, bedoeld voor geleerden en goed geschoolde leken, de emblemenboeken functioneerden in een meer volkse omgeving, zoals het geval is bij de emblemenboeken van Jacob Cats. Meer nog is dat te zien bij sommige kaartspellen. Tarotkaarten zijn aanvankelijk vervaardigd voor de adel, maar worden later populair als een volkse uiting, een verzameling pakkende beelden, voorzien van een cijfer en een naam.

De voorkeur voor plaatjes in plaats van een tekst heeft ook te maken met het bijbehorende denkproces. Een afbeelding geeft zich in één oogopslag, een geschreven tekst moet eerst ontcijferd worden. De verering van de Egyptische hiërogliefen was gebaseerd op de gedachte dat vooral in beelden op geheime wijze onuitspreekbare wijsheid is uit te dragen. Het ware begrip zal leiden tot een ‘schouwen’ van de wereld, begrijpend zien van de tekens, in plaats van het discursief ontcijferen van ketens van klanktekens. De wijsheid van de Egyptenaren was alleen uit te drukken in een geheimtaal van beelden. Geïnspireerd daarop zal zo’n geheimtaal later ontwikkeld en gebruikt worden in de Hypnerotomachia, of in de vele Europese schilderijen met allegorische of symbolische betekenis.

De Hypnerotomachia Poliphili van Francesco Colonna is een boek dat verscheen in 1499 in Venetië. Het was een roman met meer dan 170 illustraties in de vorm van houtsneden. Het geldt als een van de mooiste boeken uit die tijd. De drukker was de beroemde Aldus Manutius. Het boek was in de zestiende eeuw al beroemd. Tegelijkertijd is het geschreven in een zeer moeilijke taal, een soort mengsel van Italiaans en Latijn. Het verhaalt van iemand die droomt in een droom. Daarbij komt hij in een ‘heidense’ wereld met goden en nimfen, maar vooral klassieke architectuur, fantastische tuinen, monumenten en tempels. De monumenten zijn voorzien van raadselachtige inscripties, door de schrijver bedachte symbolen, geïnspireerd op de werkwijze van de Hieroglyphica van Horapollo.

Men hield van een beeldtaal waarin klassiek en Christelijk met elkaar werden vermengd. Ornamenten en symbolen waren gebaseerd op klassieke kunst van Romeinen en Grieken, symbolen geïnspireerd door de Horapollo. Om een indruk te krijgen van die wereld kan men de illustraties van de Hypnerotomachia bekijken of de Hieroglyphica doorbladeren.

Michael van Hoogenuyze

januari  2016

Hieroglyphica van Horapollo

De Hiërogliefen van Horapollo van de Nijl, geschreven door hem in de Egyptische taal en door Philippus in het Grieks gesteld. Nederlandse tekst door Michael van Hoogenhuyze

  1. Hoe ze de eeuwigheid weergeven

Als ze eeuwigheid willen uitdrukken, tekenen ze de zon en de maan, want die zijn eeuwig en de elementen die de stroom van de eeuwigheid voortbrengen.

Maar als zij de eeuwigheid op een andere manier willen uitdrukken, tekenen ze een slang met zijn staart bedekt (verborgen) door de rest van zijn lichaam.

Zo’n slang noemen de Egyptenaren “uraeus”, maar de Grieken “basilisk”. Zij maken hem van goud en plaatsen hem (op de hoofden van de) goden. (Het symboliseert de eeuwigheid) omdat, van de drie slangen, alleen deze onsterfelijk is, de anderen sterfelijk. Als hij blaast naar ieder ander dier, zelfs zonder het te bijten, sterft het slachtoffer.

Daarom, omdat hij macht schijnt te hebben over leven en dood, plaatsen ze hem op de hoofden van de goden.

  1. Hoe ze het universum weergeven

Als ze het universum willen weergeven, tekenen ze een slang bezaaid met allerlei verschillende soorten schubben, die z’n eigen staart verslindt. Met de schubben doelen ze op de sterren in de hemelen.

Dit beest is het zwaarste van alle dieren, zoals de aarde het zwaarste is (van de elementen), maar ook het gladste zoals het water.

Elk jaar, zijn ouderdom als het ware afwerpend, ontdoet hij zich van zijn huid. Precies zoals in het universum de tijd, die bestaat uit cycli van een jaar, zich vernieuwt. Het feit dat hij zijn eigen lichaam als voedsel gebruikt, betekent dat, welke dingen er ook in de wereld worden voortgebracht door de goddelijke voorzienigheid, zij er weer door worden opgenomen.

  1. Hoe ze het jaar weergeven

Als ze het jaar willen weergeven tekenen ze Isis, dat is een vrouw. En ze beelden de godin op de zelfde manier uit. En bij hun is Isis een ster, door de Egyptenaren “Sothis” genoemd, door de Grieken de hondsster, die lijkt te heersen over de andere sterren zoals deze, wanneer hij opkomt, dan weer groter, dan weer kleiner is, en dan weer helderder, dan weer zwakker. En uit het rijzen van deze ster kunnen we opmaken hoe alles gedurende het jaar zal gaan gebeuren. Daarom is het niet onredelijk het jaar Isis te noemen.

Andere keren stellen ze het jaar voor door een palmboom, omdat alleen deze boom elke nieuwe maan een tak laat groeien, zodat hij twaalf takken per jaar geeft.

  1. Hoe ze een maand weergeven

Om een maand uit te beelden tekenen ze een tak, of de maansikkel met de punten omlaag.

Een tak, om de reden die we hebben gegeven in verband met de palmboom.

De maan met de punten naar omlaag gericht. omdat ze zeggen dat gedurende het wassen van de maan, dat geschiedt in vijftien delen (dagen), zij zich vertoont met de punten omhoog en dat gedurende het afnemen, dat het aantal van dertig dagen van de maand completeert, zij de punten naar beneden gericht heeft.

  1. Hoe ze het lopende jaar weergeven

Als ze het lopende jaar willen weergeven tekenen ze een kwart van een aroura. De aroura is een maateenheid voor land, elk honderd vierkante el. En als ze “een jaar” willen uitdrukken zeggen ze “een kwart”, omdat ze beweren dat van het rijzen van de ster Sothis tot het volgende rijzen er een kwart dag bij komt, zoals het goddelijk jaar 365 dagen is (en een kwart). Daarom lassen de Egyptenaren elk vierde jaar een extra dag in, want de vier kwarten vormen een gehele dag.

  1. Wat ze bedoelen wanneer ze een havik tekenen

Als ze een god willen uitbeelden, verhevenheid, het lage, superioriteit, bloed, de overwinning, Ares, of Aphrodite, tekenen ze een havik.

Een god, omdat de havik vruchtbaar is en een lang leven leidt. En ook omdat hij het symbool van de zon schijnt te zijn en omdat hij beter dan enige andere vogel met zijn scherpe blik in staat is de stralen van de zon te trotseren. Daarom gebruiken de artsen havikskruid voor oogkwalen. Het is ook om deze reden dat ze soms de zon weergeven in de vorm van een havik, meester als hij is van het gezichtsvermogen.

En verhevenheid, omdat andere vogels, als die omhoog willen vliegen dat doen in een schuine lijn, onmogelijk als het voor hun is om recht omhoog te vliegen. Alleen de havik vliegt recht omhoog.

En laagte, omdat de andere vogels niet loodrecht naar omlaag kunnen vliegen, maar neerdalen in een flauwe hoek, terwijl de havik in een rechte lijn naar beneden duikt.

En superioriteit, omdat hij alle vogels schijnt te overtreffen.

En bloed, omdat er gezegd wordt dat deze vogel geen water drinkt, maar bloed.

En overwinning, omdat deze vogel elke andere vogel lijkt te overwinnen. Want als hij bedreigd wordt door een sterker dier, stijgt hij op, en draait zich op zijn rug, en bereidt hij zich voor op de strijd met zijn klauwen uitgestrekt. In deze situatie wordt het dier dat tegen hem vecht verslagen omdat die niet in staat is hetzelfde te doen.

  1. Hoe ze de ziel weergeven

Men gebruikt de havik ook om de ziel weer te geven, vanwege de betekenis van de naam. Want de havik heet bij de Egyptenaren “baieth”. Wanneer deze naam wordt ontleed, betekent deze “ziel” en “hart”. Want “bai” is ziel en “eth” is hart. En volgens de Egyptenaren omvat het hart de ziel. Daarom betekent de samengestelde naam “de ziel in het hart”. Hieruit vloeit voort dat de havik, die verwantschap heeft met de ziel, nooit water drinkt maar bloed, waarmee de ziel gevoed wordt.

  1. Hoe ze Ares en Aphrodite weergeven

Wanneer ze Ares en Aphrodite bedoelen, tekenen ze twee haviken. Eén van hen, het mannetje, stelt Ares voor, het vrouwtje Aphrodite. Want andere vrouwelijke dieren onderwerpen zich niet zo in de gemeenschap aan het mannetje zoals de havik doet. Want ook al is zij dertig maal in een dag genomen door het mannetje, onderwerpt zij zich opnieuw, als zij door het mannetje geroepen wordt. En daarom noemen de Egyptenaren ieder vrouwtje dat een mannetje gehoorzaamt Aphrodite. Maar zij die niet op die manier gehoorzaamt wordt niet zo genoemd. Hierom hebben ze de havik gewijd aan de zon, want op de zelfde manier schrijven ze de zon dertig maal seksuele gemeenschap met een vrouwtje toe.

Als ze Ares en Aphrodite op een andere manier willen uitbeelden tekenen ze twee kraaien, een mannetje en een vrouwtje. Want deze vogel legt twee eieren waaruit een mannetje en een vrouwtje worden geboren. En wanneer het gebeurt, wat zeldzaam is, dat er twee mannetjes of twee vrouwtjes worden uitgebroed, verenigen de mannetjes die zich anders met het vrouwtje zouden verenigen, niet met een andere kraai, zoals ook het vrouwtje zich tot haar dood niet verenigt met een andere kraai, maar het leven beëindigt in eenzaamheid. Wanneer ze een vrouwtjeskraai in haar eentje tegenkomen zien ze dat als een teken dat het dier weduwe is. En vanwege zoveel saamhorigheid van deze vogels roepen Grieken tot op de dag van vandaag tijdens een bruiloft: “Ekkori, kori, koronen”, “jongen, verjaag de kraai!”, zonder de betekenis te kennen.

  1. Hoe ze het huwelijk weergeven

Wanneer ze het huwelijk willen symboliseren, tekenen ze om de zelfde reden opnieuw twee kraaien.

10. Hoe ze degene weergeven die alléén geboren wordt

Om degene te symboliseren die alléén geboren wordt, het worden, de vader, de wereld, of het mannetje, tekenen ze een scarabee.

De alleen geborene, omdat dit dier zich vanzelf voortbrengt, zonder gedragen te zijn door een vrouwtje. Want hij is alleen wanneer hij op de volgende wijze wordt voortgebracht. Wanneer het mannetje nakomelingen wil hebben, neemt hij wat koeienmest en maakt er een ronde bal van, in de vorm van de wereldbol. Hij rolt deze met zijn achterpoten van oost naar west, met zijn kop naar het oosten, om de vorm van de wereld na te bootsen. Zo wordt hij gedragen van oost naar west terwijl de loop van de sterren zich uitstrekt van west naar oost. Dan, als hij een kuil gemaakt heeft, begraaft hij de bol voor achtentwintig dagen, de periode waarin de maan door de twaalf tekens van de dierenriem gaat. In de periode dat hij begraven is komt de nakomeling van de scarabee tot leven. En op de negenentwintigste dag, wanneer hij de bal opgraaft, rolt de scarabee hem in het water. Want men denkt dat dit de dag is van het samenvallen van zon en maan, en ook die van de geboorte van de wereld. Wanneer hij is geopend in het water, komende dieren, dat wil zeggen de scarabeeën, er uit.

En hij symboliseer het worden om bovengenoemde reden.

En de vader, omdat een kever zijn geboorte uitsluitend aan zijn vader te danken heeft.

En de wereld, omdat zij geboorte plaats vindt in de vorm van de wereld.

En het mannetje, omdat er bij hen geen vrouwtjes zijn.

Er zijn drie soorten kevers.

De eerste lijkt op een kat, hij schittert, en om die gelijkenis hebben ze hem gewijd aan de zon. Want ze zeggen dat de kater zijn pupillen verandert met de loop van de zon. Zij worden wijd in de ochtend met het rijzen van de god, zij worden rond als een bal in de middag, en zij lijken zwakker als de zon onder gaat. Om die reden heeft in Heliopolis het beeld van de god de vorm van een kat. En iedere kever heeft dertig teenhaken vanwege de dertig dagen in de maand, waarin de zon opkomt en zijn baan volgt.

En de tweede keversoort is tweehoornig en lijkt op een stier; hij is tevens gewijd aan de maan, om welke reden de Egyptische kinderen zeggen dat de hemelstier het hoogtepunt van macht van deze godin is.

De derde soort heeft maar één hoorn en lijkt op een ibis. Ze geloven dat hij verbonden is aan Hermes, precies zo als de vogel ibis.

  1. Wat ze symboliseren wanneer ze een gier tekenen

Wanneer ze het woord moeder willen schrijven, het zien, begrenzing, de voorkennis, het jaar, de hemelboog, de barmhartige, Athene, Hera, of twee drachmen, dan tekenen ze een gier.

Een moeder, omdat deze vogelsoort geen mannetjes kent. En ze worden op de volgende manier voortgebracht. Wanneer de gier verlangt naar conceptie, opent zij haar geslachtsorgaan voor de noordenwind, en wordt zij gedurende vijf dagen door hem bevrucht. Gedurende deze periode neemt zij geen voedsel en geen drinken, zo verlangt zij er naar om zich voort te planten. Maar er zijn andere soorten gieren die bevrucht worden door de wind, van wie de eieren alleen als voedsel dienen en niet geschikt zijn om levende wezens voort te brengen. Maar als deze gier bevrucht wordt zijn haar eieren vruchtbaar.

De gier staat voor gezicht omdat van alle dieren de gier het scherpste gezichtsvermogen heeft. Zij kijkt naar het westen als de zon opkomt en naar het oosten als de zon onder gaat, in staat om op grote afstand het nodige voedsel te vinden.

Zij betekent begrenzing, omdat, wanneer een oorlog op het punt staat beslecht te worden, zij de plaats aangeeft waar de veldslag zal plaatsvinden, door er zeven dagen van te voren boven te zweven.

Voorspellende gaven deels om boven genoemde reden en omdat ze, aanwezig bij een veldslag of een jachtpartij, haar blik richt in de richting waar de meeste doden en verslagenen zijn, zich verzekerend van haar aandeel aan voedsel onder de kadavers. Om deze reden zonden de oude koningen verkenners vooruit om te zien naar wel gedeelte van het slagveld de gieren keken, waaruit zij opmaakten wie er verslagen zouden worden.

En een periode van een jaar, omdat dit dier haar jaar indeelt in 365 dagen, de duur van een kalenderjaar. Want zij is 120 dagen drachtig en voedt gedurende 120 dagen haar jongen. En tijdens de overige 120 dagen zorgt ze voor zichzelf, niet zwanger en geen voedsel verzamelend voor haar jongen, maar zich voorbereidend op een nieuwe conceptie. En de overige vijf dagen gebruikt ze, zoals ik heb gezegd, voor gemeenschap met de wind.

En de barmhartige, wat in de ogen van sommige mensen paradoxaal lijkt, omdat dit dier alle dingen vernietigt. Maar ze moesten dit beeld wel zo schrijven, omdat ze in de 120 dagen waarin ze haar jongen voedt niet vliegt, maar bezig is met haar nest en met voedsel voor haar jongen. Wanneer zij geen voedsel kan vinden voor haar jongen, snijdt ze haar eigen dij open en laat haar jongen haar bloed drinken, zodat zij geen gebrek heeft aan voedsel om te geven.

Athene en Hera, omdat, naar de mening van de Egyptenaren, Athene regeert over het bovenste halfrond van de hemel en Hera over het onderste. Daarom achten ze het absurd dat de hemel een mannelijk begrip zou zijn; zij beschouwen het als een vrouwelijk begrip, omdat de geboorte van de zon en de maan en de rest van de sterren zich in haar voltrekt en dat dat een vrouwelijke activiteit is. En het ras van de gieren kent, zoals boven gezegd, slechts vrouwtjes. Daarom plaatsen de Egyptenaren de gier als een kroon op alle vrouwelijke figuren, om welke reden de Egyptenaren het woord uitbreiden tot alle godinnen. Ik hoef mijn betoog niet uit te breiden door iedereen afzonderlijk te bespreken.

Als ze de moeder willen symboliseren tekenen ze een gier, want de moeder is een vrouwelijk dier.

En de hemelboog, omdat ze het woord hemel niet in de mannelijke vorm wensen te schrijven, omdat, zoals ik boven heb gezegd, die elementen uit haar voortkomen.

En twee drachmen, omdat bij de Egyptenaren de monade uit twee lijnen bestaat. En de monade is het begin van alle getallen. Daarom is het logisch dat, als ze twee drachmen bedoelen, ze een gier tekenen, want zij schijnt een moeder en een bron, zoals de monade.

  1. Hoe ze de naam Hephaistos schrijven

Wanneer ze de naam “Hephaistos” willen schrijven tekenen ze een scarabee en een gier. Maar wanneer ze de naam “Athene” willen schrijven een gier en een scarabee. Want de wereld schijnt hun te bestaan uit het mannelijke en het vrouwelijke. En zij tekenen een gier als symbool van Athene. Alleen deze goden zijn bij hun tegelijkertijd mannelijk en vrouwelijk.

  1. Wat ze symboliseren als ze een ster tekenen

Wanneer ze de god van het universum willen aangeven, of het lot, of het getal vijf, tekenen ze een ster.

God omdat de goddelijke voorzienigheid de overwinning toewijst waardoor zich de beweging van de sterren en de gehele wereld voltrekt. Want het schijnt hun toe dat los van God niets kan bestaan.

Het lot, omdat ook dit wordt bepaald door de stand van de sterren.

En het getal vijf omdat, ondanks de menigte hemellichamen, de beweging van slechts vijf de gang van zaken in de kosmos bepaalt.

  1. Wat ze symboliseren als ze een baviaan tekenen

Wanneer ze het woord maan willen schrijven, de bewoonde aarde, letters, een priester, woede, of een duiker, tekenen ze een baviaan.

De maan, omdat dit dier een zekere verstandhouding heeft met de conjunctie van deze godin. Want als de maan in conjunctie met de zon is verduisterd gedurende een bepaald uur, kijkt de mannetjesbaviaan niet op, en eet hij niet meer; maar is hij gebogen naar de aarde in verdriet alsof hij treurt om de ontvoering van de maan. En de vrouwtjesbaviaan kijkt ook niet op en ondergaat hetzelfde als het mannetje maar bovendien bloedt zijn ook nog uithaar genitaliën. Om deze reden worden tot op de dag van vandaag in de tempels bavianen gehouden, omdat aan hun het samenvallen van de zon met de maan is af te lezen.

En de bewoonde wereld, omdat zij zeggen dat we van oudsher tweeënzeventig landen op aarde waren, en het feit dat deze bavianen die gevoed en verzorgd worden in de tempels niet zijn als andere dieren die sterven in één dag. Maar een deel van een dier sterft iedere dag en wordt vereerd met begrafenisrituelen in de tempel, terwijl de rest van het lichaam in zijn natuurlijke toestand blijft. En wanneer de tweeënzeventigste dag voorbij is sterft het hele dier.

En letters, omdat er hier in Egypte een soort bavianen bestaat die de Egyptische letters kunnen schrijven, waarom dan ook, wanneer een baviaan voor het eerst verzorgd werd in een tempel, de priester hem een tablet en pen en inkt gaf. Dit deed men om uit te proberen of hij van het soort was dat zijn letters kende en kon schrijven. Bovendien is het dier gewijd aan Hermes, de god van de letters.

En een priester, omdat de baviaan van nature geen vis eet, zelfs geen visbrood, precies zoals de priesters. En hij wordt besneden geboren, welke operatie gewoonlijk door de priesters wordt uitgevoerd.

En woede, omdat dit dier meer dan andere het meest prikkelbaar en opvliegend is.

En het zwemmen, omdat, waar andere dieren die zwemmen een walgelijke geur verspreiden, deze alleen ergens heen zwemt zonder bedekt te worden met viezigheid.

  1. Hoe ze het begrip het rijzen van de maan schrijven

Wanneer ze het opkomen van de maan willen schrijven, tekenen ze opnieuw een baviaan, maar in de volgende houding: Hij staat rechtop, met zijn handen opgeheven naar de hemel en een koninklijk teken op zijn kop. Ze geven zo de houding weer die de baviaan aanneemt bij het opkomen van de maan, wanneer hij in zekere zin eer betuigt aan de godin omdat ze beiden profiteren van zonlicht.

  1. Hoe ze de twee equinoxen symboliseren

En als ze de twee equinoxen symboliseren tekenen ze ook een baviaan, maar zittend. Want gedurende de twee equinoxen van het jaar urineert hij twaalf keer per dag, een keer per uur. En hij doet hetzelfde gedurende de twee nachten. Waardoor het niet onlogisch is dat de Egyptenaren op hun waterklokken zittende bavianen uitbeelden en ze het water uit zijn lid laten druppelen, omdat het, zoals boven is gezegd, de twaalf uren van de equinox aangeeft. Maar opdat de waterstraal niet te groot en niet te klein mag zijn wanneer het uit dit apparaat stroomt dankzij welke het water de mate van de tijd aangeeft (want men heeft de twee verschillende stralen nodig omdat wanneer hij te groot is hij te snel water laat weglopen en niet de precieze maat van het uur aangeeft en, wanneer hij te klein is, hij beetje bij beetje en langzaam het reservoir uitput) laten zijn het water in de staart door een capillair vat passeren en regelen ze de stroom met een ventiel, overeenkomstig de noodzaak van het moment. Met reden hebben ze er genoegen in het zo te regelen zoals ook in alle andere zaken.

Het is ook omdat de baviaan als enige van de dieren bij de equinoxen twaalf keer per dag een kreet slaakt en wel één keer per uur.

  1. Hoe ze vurigheid weergeven

Wanneer ze vurigheid willen weergeven tekenen ze een leeuw. Want dit dier heeft een grote kop, ogen met vurige pupillen, een bolvormig voorhoofd en daar omheen manen rondom wijduit als stralen, gelijkend op de zon. Daarom plaatsen ze leeuwen onder de troon van Horus, op deze manier de overeenkomst tussen de god en het dier aangevend. En de zon wordt “Horus” genoemd omdat hij over de uren heerst.

  1. Hoe ze kracht weergeven

Wanneer ze kracht willen schrijven tekenen ze het voorste gedeelte van een leeuw, want dit gedeelte van zijn lichaam is het sterkst.

  1. Hoe ze iemand die waakt symboliseren

Als ze iemand willen symboliseren die waakt of wachter is tekenen ze de kop van een leeuw. Want als een leeuw waakzaam is, sluit hij zijn ogen, maar wanneer hij slaapt, houdt hij ze open, wat het teken is dat hij waakzaam is. Daarom plaatsen ze leeuwen op de sloten van de tempels, om wachters te symboliseren.

  1. Hoe ze het afschrikwekkende weergeven

Om het afschrikwekkende weer te geven gebruiken ze hetzelfde teken, omdat dit dier, het moedigst van allen, iedereen die hem ziet bang maakt.

  1. Hoe ze de stijging van de Nijl weergeven

Wanneer ze de stijging van de Nijl willen weergeven, door de Egyptenaren “noun” genoemd, wat in vertaling “nieuw’ betekent, tekenen ze soms een leeuw, soms drie grote waterkruiken, soms hemel en aarde die het water doen opspringen.

De leeuw, omdat, als de zon in het sterrenbeeld Leo staat, dat een grote stijging van de Nijl veroorzaakt, zodat, zolang de zon in dit teken verblijft, het water regelmatig twee maal zo hoog is als zijn normale hoogte. Daarom gaven de oude beambten belast met de zorg voor de heilige installaties de vorm van een leeuw aan pijpen en inlaten van heilige fonteinen. Dat is ook de reden waarom ze tot op de dag van vandaag wijn door de leeuwen laten stromen om de belofte die ze hebben gedaan na te komen voor het geval er een overvloed aan water is die blijft in de irrigatiekanalen van de velden.

Drie waterkruiken of de hemel en de aarde die het water laten opspringen door de noun te vergelijken met het hart voorzien van een tong. Met een hart, omdat volgens hun dit het gedeelte is dat het lichaam leidt, precies zoals de Nijl heerst over Egypte, met een tong omdat, zoals deze altijd vochtig blijft, zij haar de bron van het leven noemen.

Drie kruiken, niet meer en niet minder, omdat volgens hun het stijgen veroorzaakt wordt door drie factoren. Ten eerste het land van Egypte dat zelf het water voortbrengt, ten tweede de oceaan, want ook deze brengt water naar Egypte op het moment van de stijging, ten derde de regens die vallen in de zuidelijke streken van Ethiopië tijdens de stijging van de Nijl. Zo kan men verklaren dat Egypte het water voortbrengt. In alle andere streken van de wereld hebben de overstromingen plaats in de winter, veroorzaakt door voortdurende regenval, maar alleen het land van de Egyptenaren dat midden in het universum ligt, als de pupil van een oog, veroorzaakt zelf haar overstroming in de zomer.

  1. Hoe ze Egypte schrijven

Als ze Egypte willen schrijven tekenen ze een brandend wierookvat en daarboven een hart, om aan te geven dat, zoals het hart van een jaloers iemand voortdurend brandt, op de zelfde manier Egypte door de warmte permanent levende wezens voortbrengt die in haar of om haar bestaan.

  1. Hoe ze een man symboliseren die zijn vaderland niet heeft verlaten

Als ze een man willen symboliseren die zijn vaderland niet heeft verlaten, tekenen ze iemand met een ezelskop, want hij luistert niet naar verhalen en heeft geen idee van wat er zich in andere landen afspeelt.

  1. Hoe ze een amulet symboliseren

Wanneer ze een amulet willen symboliseren tekenen ze twee mensenhoofden, het hoofd van een man die naar binnen kijkt en het hoofd van een vrouw die naar buiten kijkt. Want zo, zeggen ze, zal geen demon hun raken daar ze zelfs zonder inscriptie zichzelf bescherming verschaffen met de twee hoofden.

  1. Hoe ze een nog onontwikkeld mens symboliseren

Wanneer ze een mens willen symboliseren die nog niet ontwikkeld is, tekenen ze een kikker. Want kikkers worden geboren uit het slijk van de rivieren. En ook komt het voor dat het schijnt dat hij voor een deel de vorm heeft van een kikker terwijl hij voor de rest lijkt op ongevormde modder, zodat hij verdwijnt als de rivier weer terugkeert in zijn bedding.

  1. Hoe ze het idee openen weergeven

Wanneer ze het idee openen willen weergeven tekenen ze een haas. Want dit dier houdt altijd zijn ogen open.

  1. Hoe ze de spraak symboliseren

Wanneer ze de spraak willen symboliseren tekenen ze een tong en een bloeddoorlopen oog aanduidend dat in de taal de tong op de eerste plaats komt en de ogen op de tweede plaats. Want het is zo dat de woorden in volmaakte overeenstemming zijn met de ziel, alle veranderingen van deze volgend

Hoe de spraak op een andere manier door de Egyptenaren wordt uitgedrukt.

En als ze de spraak op een andere manier willen symboliseren, tekenen ze een tong geplaatst boven een hand; zo geven ze de tong de eerste plaats als het gaat om de spraak, en de aanvullende activiteit aan de hand die de verlangens van de tong uitvoert.

  1. Hoe ze stomheid schrijven

Wanneer ze stomheid willen schrijven, tekenen ze het getal 1095, wat het aantal dagen is van een triënnium, omdat het jaar bestaat uit 365 dagen. Want als aan het eind van die periode een kind niet spreekt, veronderstelt men een spraakgebrek.

  1. Hoe ze een verre stem weergeven

Wanneer ze een van verre hoorbare stem willen weergeven, wat de Egyptenaren “ouaie” noemen, tekenen ze de stem van de lucht, de donder, die door niets in luidheid en kracht wordt overtroffen.

  1. Hoe ze de oude afstamming schrijven

Wanneer ze oude afstamming willen schrijven tekenen ze een papyrusbundel, op deze manier doelend op de eerste opvoeding. Want niemand zou het begin van de opvoeding of de geboorte kunnen achterhalen.

  1. Hoe ze het proeven weergeven

Wanneer ze het proeven willen aangeven tekenen ze het voorste deel van een mond. Want alle smaak wordt daar bewaard. Ik bedoel de volmaakte smaak. Maar om het onvolledige proeven te tonen tekenen ze een tong tussen de tanden, omdat al het proeven daardoor tot stand komt.

  1. Hoe ze wellust weergeven

Als ze wellust willen weergeven, schrijven ze het getal 16, want na dit aantal jaren beginnen mannen geslachtsverkeer met vrouwen te krijgen en kinderen te verwekken.

  1. Hoe ze geslachtsgemeenschap weergeven

Wanneer ze geslachtsgemeenschap willen weergeven schrijven ze twee maal het getal 16. Omdat zoals we hebben gezegd het getal 16 de lust symboliseert. Omdat bovendien de geslachtsgemeenschap twee door wellust gedrevenen veronderstelt, een man en een vrouw, schrijven ze een tweede getal 16 naast het eerste.

  1. Hoe ze een ziel symboliseren die lange tijd in deze wereld verblijft

Wanneer ze een ziel willen symboliseren die hier beneden een lange tijd verblijft, of een overstroming, dan tekenen zij de vogel die men “phoenix” noemt.

De ziel, omdat van alle beesten dit dier het langste leeft.

En een overstroming omdat de phoenix het symbool van de zon is, die groter is dan al het andere i het universum. Want de zon is boven alle dingen verheven en bespiedt alles en daarom wordt hij “de veelogige” genoemd.

  1. Hoe ze iemand weergeven die tenslotte uit den vreemde terugkeert

Om iemand weer te geven die tenslotte uit den vreemde terugkeert, tekenen ze ook een phoenix. Want deze begeeft zich naar Egypte wanneer zijn tijd gekomen is, telkens na een periode van vijfhonderd jaar.

Wanneer hij, in het geval dat hij zijn lot vóór is, zijn verplichtingen is nagekomen binnen Egypte, bewijst men hem in het geheim de begrafenisrituelen.

En men moet de phoenix alle eer bewijzen die de Egyptenaren bewijzen aan andere heilige dieren. Want men zegt dat hij zich meer verheugt in de zon onder de Egyptenaren dan onder andere mensen. Dat is dan ook de reden dat de Nijl ten gunste van hen overstroomt onder de warmte van deze godheid, waarover je onze uiteenzetting hierboven kunt vinden.

  1. Hoe ze het hart symboliseren

Wanneer ze het hart willen symboliseren, tekenen ze een ibis. Want dit dier is gewijd aan Hermes, heer van elk hart en ieder verstand, ook omdat de ibis een overeenkomst vertoont met het hart, waarover onder de Egyptenaren veel verhalen de ronde doen.

  1. Hoe ze het woord opvoeding schrijven

Wanneer ze het woord opvoeding willen schrijven tekenen ze de hemelen die dauw laten vallen. Zo tonen ze aan dat zoals de vallende dauw die verspreid wordt over alle planten en ze zacht maakt, voor zo ver het bij hun natuur past dat ze zacht worden, niet bij machte is om hetzelfde bij allen te bereiken, omdat sommige hard blijven vanwege hun innerlijke natuur, zo opvoeding onder de mensen een gemeenschappelijk goed is, maar de persoon met aanleg drinkt het op als dauw, terwijl de persoon met weinig aanleg het niet kan absorberen.

  1. Hoe ze het Egyptische schrift aangeven

Wanneer ze het Egyptisch schrift aangeven, de schrijver, of het eindpunt, tekenen ze de inkt, de zeef en het riet.

Het Egyptische schrift omdat alles bij de Egyptenaren met deze dingen wordt geschreven. Inderdaad schrijven ze met een rietpen en met niets anders. De zeef, het eerste instrument bij het maken van brood, wordt gemaakt van riet; ze geven daarmee aan dat hij die wat te eten heeft kan leren schrijven, maar hij die niets heeft een ander vak zal moeten kiezen. Daarom wordt scholing bij hun “sbô” genoemd, wat in vertaling “voldoende voedsel” betekent.

De schrijver omdat deze het onderscheid kan zien tussen leven en dood. De schrijvers bezitten namelijk een heilig boek “Ambrês”, waarmee ze de diagnose kunnen stellen of een zieke die in bed ligt blijft leven of niet, en zij doen die voorspelling aan de hand van de wijze waarop de zieke in bed ligt.

Het eindpunt omdat hij die kan schrijven in een rustige haven van het leven is gekomen omdat hij niet meer hoeft te zwerven vanwege tegenslagen in het bestaan.

  1. Hoe ze het begrip schrijver aangeven

Als ze op een andere manier het begrip schrijver, de propheet, de balsemer, de milt, de geur, het lachen, het niezen, de regering, , of de rechter willen aangeven, tekenen ze een hond.

De schrijver, omdat hij die een volleerd schrijver wil worden veel moet oefenen in het reciteren, voortdurend dreunend op een woeste toon zonder met wie dan ook rekening te houden zoals de honden.

De propheet omdat de hond met meer aandacht dan alle andere dieren de beelden van de goden aanschouwt, zoals de propheet doet.

De balsemer van de heilige dieren, omdat ook hij de ontvelde en ontlede heilige dieren

aanschouwt, voor wie hij de begrafenisrituelen moet verrichten.

De milt, omdat dit dier als enige een heel lichte milt heeft.

Als hij dood gaat of vals wordt komt dat door zijn milt. En de personen die belast zijn met het afleggen van dit dier worden meestal zwaarmoedig op het moment van sterven. Want als ze de lucht van de hond hebben geroken als hij wordt ontleed, worden ze met miltvuur besmet.

De geur, lachen en niezen omdat zij die volledig door miltvuur zijn getroffen niet in staat zijn om hetzij te ruiken, te lachen of te niezen.

  1. Op welke manier ze de regering of de rechter weergeven

Wanneer zij de regering of de rechter willen aangeven voegen ze aan de hond een koninklijk kleed toe, dat ze naast een naakte figuur plaatsen. Omdat de magistraat die rechter was in vroeger tijden en, precies als de hond zoals boven is gezegd, aandachtig de beelden van de goden aanschouwt, de koning aanschouwde in zijn naaktheid. Daarom plaatsen ze naast deze figuur het koninklijk kleed.

  1. Hoe ze de persoon aanduiden die het gordijn voor het heiligdom bedient

Als ze de persoon aanduiden die het gordijn voor het heiligdom bedient, tekenen ze de bewaker van het huis, want door hem wordt de tempel bewaakt.

  1. Hoe ze de tijdwaarnemer weergeven

Wanneer ze de tijdwaarnemer willen weergeven, tekenen ze een man die uren eet. Niet dat een man echt uren eet, want dat is absoluut op geen enkele manier mogelijk, maar omdat het voedsel voor de mens in overeenstemming met de tijden van de dag wordt bereid.

  1. Hoe ze zuiverheid weergeven

Wanneer ze zuiverheid willen weergeven tekenen ze vuur en water, want door middel van deze elementen worden alle dingen gezuiverd.

  1. Hoe ze het onrechtvaardige of onreine voorstellen

Wanneer ze het onrechtvaardige of onreine willen voorstellen tekenen ze een vis, want het eten van vis is voor hun weerzinwekkend en maakt ze onrein voor heilige riten. Want elke vis werkt laxerend en eet zijn soortgenoten.

  1. Hoe ze het begrip mond schrijven

Wanneer ze het begrip mond willen schrijven tekenen ze een slang omdat de slang geen enkel stevig lichaamsdeel heeft behalve zijn bek

  1. Hoe ze het begrip mannelijke zelfbeheersing aangeven

Wanneer ze het begrip mannelijke zelfbeheersing willen aangeven, tekenen ze een gezonde stier. Want dit dier heeft een zeer heet lid, zo dat, als hij eenmaal zijn lid in de vulva van een koe heeft gestoken, hij zijn sperma ejaculeert zonder enige beweging; maar als hij soms de vulva mist en zijn lid in een ander gedeelte van het lichaam steekt dan verwondt hij de koe door het te grote geweld. Maar anderzijds beheerst hij zich in die zin dat hij nooit een koe dekt die al bevrucht is.

  1. Hoe ze het begrip gehoor schrijven

Wanneer ze het begrip gehoor willen schrijven, tekenen ze een stierenoor. Want als een koe gemeenschap wil (en haar vuur duurt niet langer dan drie uur) loeit ze heel hard en als aan het eind van die tijd de stier niet is gekomen sluit ze haar vulva weer tot aan de volgende gemeenschap. Maar dat komt maar zelden voor. In feite hoort de stier haar van grote afstand en wetende dat ze tochtig is komt hij naar haar toe om haar te bespringen, als enige van alle dieren die dat doet.

  1. Hoe ze het lid van een vruchtbare man weergeven

Wanneer ze het lid vaneen vruchtbare man willen weergeven, tekenen ze een bok, geen stier. Want deze laatste dekt niet eerder dan na een jaar, terwijl de bok paart als hij een week oud is. Hij ejaculeert dan wel slechts onvruchtbaar, leeg sperma, maar hij paart toch eerder dan andere dieren.

  1. Hoe ze onreinheid uitbeelden

Als ze onreinheid willen schrijven tekenen ze een oryx, omdat deze, op het moment dat de maan begint op te komen, strak naar de godin kijkt en een kreet slaakt, maar zonder de bedoeling om haar te eren of toe te juichen. Hier het meest duidelijke bewijs: hij woelt de aarde voor zich om met zijn poten en rolt zijn ogen alsof hij boos is en de godin niet wil zien rijzen. Hij doet overigens hetzelfde op het moment van het rijzen van de heilige ster, dat wil zeggen de zon. Daarom gingen de oude koningen, als de tijdwaarnemer hun het opkomen van de zon meldde, bij het dier zitten, en trachtten precies het opkomen waar te nemen door middel van de oryx, zoals men wel doet met sommige zonnewijzers. Het is ook nog de reden waarom dieren van deze soort de enige zijn die worden gegeten door de priesters zonder dat ze gemerkt zijn, want er schijnt een soort tegenstelling tussen het en de godin te bestaan. Als de oryx overigens bij een bron komt in de woestijn verontreinigt hij deze met zijn lippen door er van te drinken. Hij vermengt het water met aarde van de bodem en trapt er stof in met zijn poten opdat het ondrinkbaar wordt voor elk ander dier. Het is dus om deze reden dat de aard van de oryx de naam heeft onrein en schadelijk te zijn, want hij kan zelfs dat niet op een behoorlijke manier, terwijl de godin zelf alles schept en vermeerdert wat van nut is in de wereld.

  1. Hoe ze het bederf weergeven

Als ze het bederf willen weergeven tekenen ze een muis, omdat hij door overal van te eten alles bevuilt en doet bederven. En ze gebruiken het zelfde teken als ze onderscheidingsvermogen willen aangeven. Want als er veel stukken brood verspreid liggen, selecteert de muis ze en eet de zuiverste ervan. Daarom is het oordeel van de bakker afgekeken van de muis.

  1. Hoe ze schaamteloosheid weergeven

Wanneer ze schaamteloosheid willen weergeven tekenen ze een vlieg; deze keert, ook al verjaagt men hem herhaaldelijk, niettemin terug.

  1. Hoe ze het begrip inzicht schrijven

Wanneer ze het begrip inzicht willen schrijven tekenen ze een mier. Want als een mens wat, om te bewaren, in een bergplaats heeft gelegd, weet zij (de mier) dat. En niet alleen om deze reden, maar ook omdat zij, in tegenstelling tot andere dieren, wanneer zij voor zichzelf voedsel voor de winter verzamelt, zich niet vergist in de plek maar er zonder aarzelen terugkeert.

  1. Hoe ze ‘zoon’ schrijven

Als ze het ‘zoon’ willen schrijven, tekenen ze een gans. Want dit dier toont de grootste liefde voor zijn jongen; en als iemand hem jaagt om hem met zijn jongen te vangen, geven de vader en de moeder zich spontaan over aan de jagers opdat hun jongen gered zullen worden. Het is om deze reden dat de Egyptenaren hebben geoordeeld dat het goed is om dit dier te vereren.

  1. Hoe ze domheid symboliseren

Als ze een pelikaan tekenen symboliseren ze domheid en onvoorzichtigheid. Ook al kan zij eigenlijk haar eieren leggen op heel hoge plaatsen zoals de andere vogels doet zij dat niet. Maar ze maakt een kuil in de grond en legt daar haar kleintjes in. De mensen die dat in de gaten hebben leggen rondom gedroogde koeienmest en steken dat in brand. Als de pelikaan de rook bemerkt wil zij het vuur doven door met haar vleugels te slaan. Maar zij bereikt daarentegen dat het wordt aangewakkerd door deze beweging zodat zijn haar vleugels brandt door het vuur en een gemakkelijke prooi wordt voor de jagers. Het is om deze reden dat de priesters niet gewoon zijn haar te eten omdat zij het in feite onderneemt voor haar kleintjes. Maar de andere Egyptenaren eten haar wel omdat de pelikaan geen strijd levert op een verstandige manier, zoals de gans, maar op een onnadenkende wijze.

  1. Hoe zij dankbaarheid weergeven

Als zij het begrip dankbaarheid willen schrijven, tekenen ze een hop. Want dat is de enige van de niet sprekende schepselen die na verzorgd te zijn door haar ouders, als deze oud geworden zijn, hun de zelfde dienst bewijst. Zij maakt voor hun een nest op de plaats waar ze zelf is gevoed, zij trekt hun veren uit, geeft hun voedsel tot dat de veren van de ouders zijn aangegroeid en zij zichzelf kunnen onderhouden. Daarom heeft men een voorkeur voor de hop om de scepters van de goden te versieren.

  1. Hoe ze het onrechtvaardige en ondankbare weergeven

Als ze daarentegen het onrechtvaardige en ondankbare willen weergeven, tekenen ze twee hoeven van een nijlpaard, naar beneden gekeerd. Want als deze volwassen is geworden, keert hij zich tegen zijn vader om in een gevecht te zien of hij sterker. Als zijn vader het veld moet ruimen en hem zijn plaats moet geven, gaat hij naar zijn eigen moeder om zich met haar te verenigen en laat hij zijn vader leven. Maar als de vader hem niet zijn gang laat gaan, doodt hij hem, er van profiterend dat hij groter en sterker is. Aan de onderzijde van de scepters bevinden zich twee nijlpaardhoeven zodat de mensen, als ze dit zien, de reden hiervoor herkennen en meer geneigd raken tot goede daden.

  1. Hoe ze iemand symboliseren die ondankbaar is jegens zijn weldoeners

Wanneer ze iemand willen symboliseren die ondankbaar en vijandig is jegens zijn weldoeners, tekenen ze een duif. Want als het mannetje sterk is geworden jaagt hij zijn vader weg van zijn moeder en paart met haar. Dit dier schijnt zuiver te zijn. Want als er pest heerst en alles besmettelijk is voor hen die er van eten, wordt alleen hij er niet door getroffen. Dat is de reden dat men de koning in dit soort tijden niets anders te eten aanbiedt dan duiven. Men geeft hetzelfde aan hen die in een toestand van zuiverheid moeten zijn omdat ze in dienst zijn van de goden. Men vermeldt dat dit dier geen gal heeft.

  1. Hoe ze iets onmogelijks aangeven

:Wanneer ze iets onmogelijks willen aangeven, tekenen ze de voeten van een man die in het water loopt; en als ze hetzelfde begrip op een andere manier willen weergeven, tekenen ze een man die rondwandelt zonder hoofd. Omdat deze twee zaken onmogelijk zijn is het terecht dat ze deze voor dit doel hebben gekozen.

  1. Hoe ze een zeer machtige koning weergeven

Wanneer ze een zeer machtige koning willen weergeven, tekenen ze een slang zó dat die staat voor het universum en leggen hem de staart in de bek. Ze schrijven de naam van de koning in het midden van de windingen en geven ze te verstaan dat de koning heerst over het universum. Da naam die de Egyptenaren geven aan de slang is “meisi’.

  1. Hoe ze de koning-beschermer weergeven

Als ze echter de koning-beschermer willen weergeven, tekenen ze de slang wakend; maar in de plaats van de naam van de koning tekenen ze een wachter. Want hij is de beschermer van het gehele universum en het hoort zo dat de koning waakzaam is bij elke gelegenheid.

  1. Hoe ze de heerser over de wereld aangeven

Wanneer ze tenslotte de koning bedoelen en aangeven als soeverein van de wereld, tekenen ze opnieuw de slang; maar ze geven in het midden daarvan “groot huis” aan, en dat met reden: want alleen hij bezit een paleis in de wereld.

62. Hoe ze het volk weergeven dat de koning gehoorzaamt

Wanneer ze het volk willen weergeven dat de koning gehoorzaamt, tekenen ze een bij. Want onder de dieren heeft alleen deze soort een koning die gevolgd wordt door de ganse menigte bijen, zoals de mensen de koning gehoorzamen. De goedheid van de honing en de kracht van de angel gegeven zijnde gaan ze van de veronderstelling uit dat de koning vergevingsgezind is en tegelijkertijd energiek als het gaat om rechtspraak en bestuur.

63. Hoe ze een koning weergeven die over een deel van de wereld heerst

Wanneer ze een koning willen weergeven die niet over de gehele wereld heerst, maar slechts over een gedeelte, tekenen ze helft van een slang, de koning voorstellende door middel het dier, maar in tweeën gehakt omdat hij niet over de gehele wereld heerst.

  1. Hoe ze de almachtige symboliseren

Ze symboliseren de almachtige door het dier te completeren dus door een slang in zijn geheel te tekenen. Het is op die manier dat volgens hun de geest de gehele wereld doordringt.

  1. Hoe ze een volder weergeven

Wanneer ze een volder weergeven tekenen ze twee voeten van een man in het water. Zij geven hem zo weer vanwege de overeenkomst van handeling.

  1. Hoe ze het begrip maand schrijven

Wanneer ze het begrip maand willen schrijven, tekenen ze het beeld van de maan zoals boven is aangegeven, omdat de omlooptijd van de maan slechts achtentwintig equinoctiale dagen bedraagt, waarbij het etmaal bestaat uit vierentwintig uur, gedurende welke de maan opkomt, terwijl de twee dagen die overblijven de maan niet opkomt.

  1. Hoe ze een roofzuchtig, vruchtbaar of razend wezen symboliseren.

Wanneer ze een roofzuchtig, vruchtbaar of razend wezen willen symboliseren, tekenen ze een krokodil, omdat hij moorddadig vruchtbaar en driftig is. Want als hij er niet in slaagt dat te roven wat hij wil, keert hij zich, woedend als hij is, tegen zichzelf.

  1. Hoe ze de zonsopgang aangeven.

Wanneer ze de zonsopgang willen aangeven, tekenen ze twee ogen van een krokodil, omdat, van het gehele lichaam, de ogen het eerst verschijnen als hij uit de diepte van het water komt.

  1. Hoe ze de zonsondergang aangeven.

Om de zonsondergang aan te geven tekenen ze de krokodil die zijn kop laat zakken. Want dit dier heeft de neiging de kop te laten zakken en hem te buigen.

  1. Hoe ze duisternis van de schaduw aangeven

Wanneer ze de duisternis willen aangeven, tekenen ze de staart van een krokodil, omdat de krokodil, wanneer hij een dier overmeestert, niets doet om hem te verslaan en te doden voordat hij hem onschadelijk heeft gemaakt door het te slaan met zijn staart. Want in dat gedeelte van de krokodil bevindt zich zijn kracht en sterkte.

Ook al bestaan er nog andere tekens ontleend aan de natuur van de krokodil, kunnen deze waarvan wij het goed vonden ze te beschrijven volstaan in dit eerste boek.

 

Het tweede boek van Horapollo van de Nijl,

Over de interpretatie van de Egyptische letters.

In dit tweede deel zal ik een correcte interpretatie geven van de andere tekens. Ik heb het noodzakelijk geacht de tekens die van andere schrijvers komen en geen uitleg hebben er aan toe te voegen.

  1. Wat ze symboliseren wanneer ze een ster tekenen

Als de Egyptenaren een ster tekenen, symboliseren ze daarmee zowel de god als de schemering, de nacht, de tijd en de ziel van een man.

  1. Wat ze symboliseren wanneer ze een jonge adelaar tekenen

Het jong van een adelaar symboliseert dat wat mannelijke nakomelingen heeft en dat wat rond is, (zoals ook een penis in erectie) of het sperma van een man.

  1. Wat ze symboliseren wanneer ze twee voeten bij elkaar die tot staan gebracht zijn schetsen

Twee voeten verenigd en tot staan gebracht in de voortgang geven de loop van de zon weer in de zonnewende in de winter.

  1. Wat ze symboliseren wanneer ze het menselijk hart opgehangen aan de slokdarm schetsen

Het menselijk hart opgehangen aan de slokdarm betekent de mond van een rechtschapen mens.

  1. Hoe ze het vuur van de strijd weergeven

Om het vuur van de strijd weer te geven tekenen ze de handen van een man, waarvan de één een schild vasthoudt en de andere een boog.

  1. Wat ze symboliseren met het schetsen van een vinger

De vinger stelt de maag van een mens voor.

  1. Wat ze symboliseren met het voorstellen van de schaamdelen vastgehouden in de hand

De schaamdelen vastgehouden in de hand geven de zelfbeheersing van de man weer.

  1. Hoe ze ziekte weergeven

De bloemen van een anemoon geven ziekte bij de mens weer.

  1. Hoe ze de lendenen van een man weergeven

Wanneer we de lendenen van een man willen weergeven of de mannelijke staat, tekenen we de ruggengraat; want sommige mensen zeggen dat daarvandaan het sperma komt.

  1. Hoe ze uithoudingsvermogen en zekerheid weergeven

De voorstelling van het bot van een oryx betekent uithoudingsvermogen en zekerheid, want het bot van dit dier is goed bestand tegen pijn.

  1. Hoe ze eendracht weergeven

Twee mannen die elkaar de rechterhand geven stellen eendracht voor.

  1. Hoe ze de massa weergeven

Een gewapend man die zijn boog trekt stelt de massa voor.

  1. Hoe ze het meten weergeven

De vinger van een man betekent het meten

  1. Hoe ze een zwangere vrouw weergeven

Wanneer ze een zwangere vrouw willen weergeven, tekenen ze de zonneschijf, een ster en een zonneschijf door midden gedeeld.

  1. Hoe ze de wind weergeven

Een havik, hoog vliegend naar de ondergaande zon betekent de winden; op een andere manier: een havik die zijn vleugels uitspreidt in de lucht, stelt de wind voor, alsof die vleugels heeft.

  1. Hoe ze vuur weergeven

Rook die naar de hemel stijgt betekent vuur.

  1. Hoe ze het werk voorstellen

Door de hoorn van een rund te schetsen geven ze het werk weer.

  1. Hoe ze vergelding voorstellen

Door de hoorn van een koe te schetsen symboliseren ze vergelding.

  1. Hoe ze goddeloosheid weergeven

Een torso met een mes betekent goddeloosheid.

  1. Hoe ze een uur voorstellen

Het beeld van een nijlpaard stelt een uur voor.

  1. Hoe ze langdurigheid voorstellen

Het hert vernieuwt zijn gewei alle jaren; zijn beeld roept dan ook de dingen voor de geest die lange tijd duren.

  1. Hoe ze afkeer voorstellen

Een wolf of een hond die zich omkeert stelt afkeer voor.

  1. Hoe ze een toekomstig werk voorstellen

De afbeelding van een oor betekent een toekomstig werk.

  1. Hoe ze een bloeddorstig schepsel of een moordenaar voorstellen

Een wesp vliegend in de lucht of het bloed van de krokodil betekent een bloeddorstig man of een moordenaar.

  1. Hoe ze de plotselinge dood voorstellen

De nachtraaf betekent de dood: Want zoals de dood onverwacht toeslaat, overvalt hij gedurende de nacht plotseling jonge kraaien.

  1. Hoe ze de liefde voorstellen

Een strik betekent de liefde zoals een wild dier ….. (…)

  1. Hoe ze ouderdom voorstellen

Woorden en bladzijden, of een verzegeld boek, betekenen ouderdom.

  1. Hoe ze het beleg van een stad voorstellen

Een ladder, wanneer deze op een vreemde manier is geplaatst, stelt het beleg van een stad voor.

  1. Hoe ze de Muze, het oneindige of het lot voorstellen

Zeven letters omgeven door twee vingers betekenen de Muze, het oneindige of het lot.

  1. Hoe ze elf gelijke lijnen weergeven

Een rechte lijn gecombineerd met een gebogen lijn symboliseert elf gelijke lijnen.

  1. Wat ze weergeven met het tekenen van een zwaluw

Wanneer ze het geheel van het erfdeel nagelaten aan de kinderen willen weergeven, tekenen ze een zwaluw. Want als deze gaat sterven, rolt zij zich in de modder en maakt een nest voor haar jongen.

  1. Wat ze weergeven met het tekenen van een zwarte duif

Wanneer ze een vrouw willen symboliseren die weduwe blijft tot aan haar door, tekenen ze een zwarte duif. Want deze verenigt zich met geen enkel mannetje op het moment dat ze weduwe is geworden.

  1. Wat ze symboliseren met het tekenen van een mangoeste

Wanneer ze een zwakke man willen weergeven die niet zelf voor zijn eigen zaken kan zorgen, maar moet terugvallen op de hulp van anderen, tekenen ze een mangoeste. Want als de mangoeste een slang ziet valt hij hem niet direct aan; maar hij gaat alleen tot de aanval over na door zijn kreten anderen te hulp te hebben geroepen.

  1. Wat ze weergeven met het tekenen van oregano

Wanneer ze de afwezigheid van mieren willen symboliseren tekenen ze de hiëroglief van oregano; want dit, neergelegd op de plek waar de mieren naar buiten kunnen komen, maakt dat ze de plaats verlaten.

  1. Wat ze symboliseren als ze een schorpioen of een krokodil tekenen

Wanneer ze een vijand willen aangeven in gevecht met een ander van gelijke sterkte, tekenen ze een schorpioen en een krokodil. Want elk van deze dieren doodt de ander. Als ze de vijand willen symboliseren en hem die de ander doodt, tekenen ze alleen een krokodil of een schorpioen. Maar als ze iemand willen aangeven die snel doodt, tekenen ze een krokodil, terwijl, om iemand aan te geven die langzaam doodt, ze een schorpioen tekenen, omdat deze zich langzaam beweegt.

  1. Wat ze symboliseren als ze een wezel tekenen

Wanneer ze een vrouw willen symboliseren die mannenwerk verricht, tekenen ze een wezel. Want het vrouwtje heeft geslachtsdelen van een man, in de vorm van een klein bot.

  1. Wat ze symboliseren als ze een varken tekenen

Wanneer ze een verdorven man willen symboliseren, tekenen ze een varken. Want het varken heeft een soortgelijke natuur.

  1. Hoe ze opperste razernij weergeven

Als ze opperste razernij willen weergeven, als van iemand die zo woedend wordt dat hij er koorts van krijgt, tekenen ze een leeuw die zijn eigen welpen verscheurt. Ze tekenen een leeuw omdat het gaat om woede, en uitgebeende welpen, omdat de botten van leeuwenwelpen, wanneer men ze tegen elkaar slaat, vuur doen ontstaan.

  1. Hoe ze een oude man weergeven die zich toelegt op muziek

Als ze een oude man willen symboliseren die zich toelegt op de muziek, tekenen ze een zwaan. Want deze zingt zijn mooiste melodieën als hij oud is geworden.

  1. Hoe ze een man weergeven die gemeenschap heeft met zijn vrouw

Wanneer ze een man willen symboliseren die vleselijke gemeenschap heeft met zijn vrouw, tekenen ze twee kraaien. Want deze verenigen zich zoals de mens het doet, in overeenstemming met de natuur.

  1. Wat ze weergeven wanneer ze een blinde scarabee tekenen

Wanneer ze een man willen weergeven die koorts heeft opgelopen door de stralen van de zon en die daaraan sterft, tekenen ze een blinde scarabee. Want deze sterft als hij blind is geworden door de zon.

  1. Wat ze weergeven wanneer ze een muilezel tekenen

Wanneer ze een onvruchtbare vrouw willen symboliseren, tekenen ze een muilezel: Deze is onvruchtbaar omdat ze geen rechte baarmoeder heeft.

  1. Hoe geven ze een vrouw weer die meisjes heeft gebaard?

Als ze een vrouw willen symboliseren die eerst meisjes heeft gebaard, tekenen ze een stier die zich naar links keert. Maar als ze jongens heeft gebaard, tekenen ze opnieuw een stier, maar dan gekeerd naar rechts. Want als dit beest na de paring naar links loopt, zijn de nakomelingen vrouwelijk. Maar als hij naar rechts beweegt zal hij mannelijke nakomelingen hebben verwekt.

  1. Hoe ze wespen weergeven

Wanneer ze wespen willen symboliseren, tekenen ze een dood paard. Want uit zijn kadaver worden veel wespen geboren.

  1. Hoe ze een vrouw weergeven die een miskraam heeft

Wanneer ze een vrouw willen symboliseren die een miskraam heeft, tekenen ze een merrie die een wolf op de poten trapt. Want een merrie heeft niet alleen een miskraam als zij een wolf op de poten trapt, maar ook plotseling als ze alleen maar over het spoor van een wolf loopt.

  1. Hoe ze een man weergeven die zichzelf geneest door de aanwijzingen van een orakel te volgen

Wanneer ze een man willen symboliseren die zichzelf geneest door de aanwijzingen van een orakel te volgen, tekenen ze een duif met een laurierblad in haar snavel. Want als deze ziek is plaatst zij een laurierblad in haar nest en geneest.

47.  Hoe ze een zwerm muggen weergeven

Wanneer ze een zwerm muggen willen afbeelden, tekenen ze wormen. Want daaruit worden muggen geboren.

  1. Hoe ze een man weergeven die geen gal heeft, maar deze krijgt van een ander

Wanneer ze een man willen tekenen die zelf geen gal heeft maar deze ontvangt van een ander, tekenen ze een duif met zijn staart omhoog. Want in dat gedeelte van zijn lijf heeft hij zijn gal.

  1. Hoe ze een man weergeven die veilig in een stad woont

Wanneer ze man willen symboliseren die veilig in een stad woont, tekenen ze een adelaar die een steen draagt. Want deze neemt een steen mee van de zee of het land, en legt die in zijn nest, om het stevig te verankeren.

  1. Hoe ze een zwakke man weergeven die achtervolgd wordt door een ander

Wanneer ze een zwakke man willen symboliseren die achtervolgd wordt door iemand die veel sterker is, tekenen ze een trap en een paard. Want deze vogel slaat op de vlucht als hij een paard ziet.

  1. Hoe ze een man weergeven die naar zijn meester vlucht en niet door hem wordt geholpen

Wanneer ze een man willen symboliseren die naar zijn meester vlucht en niet geholpen wordt, tekenen ze een mus en een uil. Want als de mus wordt opgejaagd door vogelaars vlucht deze naar de uil en, als hij bij hem is, wordt hij overmeesterd.

  1. Hoe ze een zwakke man weergeven die onbezonnen is

Wanneer ze een zwakke man willen symboliseren die onbezonnen is, tekenen ze een vleermuis. Want deze vliegt ook al heeft hij geen veren.

53. Hoe ze een vrouw weergeven die haar kinderen zoogt en goed voedt

Wanneer ze een vrouw willen weergeven die haar kinderen zoogt en voedt, tekenen ze eveneens een vleermuis, maar voorzien van tanden en uiers: want van alle vliegende dieren is alleen zij voorzien van tanden en uiers.

  1. Hoe ze een man weergeven die wordt verleid door de dans

Wanneer ze een man willen symboliseren die wordt verleid door de dans en het geluid van de fluit, tekenen ze een tortelduif. Want deze laat zich vangen bij het geluid van de fluit en door de dans.

  1. Hoe ze een man weergeven die ingewijd is in de mysteriën

Wanneer ze een man willen symboliseren die ingewijd is in de mysteriën, tekenen ze een cicade. Want deze maakt geen enkel geluid door de mond, maar laat mooie zang horen door het geluid uit de rug te laten komen.

  1. Hoe ze een koning weergeven die in eenzaamheid leeft en die geen medelijden heeft in geval van ongeluk.

Wanneer ze een koning willen symboliseren die in eenzaamheid leeft en die geen medelijden heeft in geval van ongeluk, tekenen ze een adelaar. Want deze maakt zijn nest op eenzame plaatsen en vliegt hoger dan alle andere vogels.

  1. Hoe ze een vernieuwing weergeven die zich voltrekt na een lange tijd

Wanneer ze een vernieuwing willen symboliseren die zich voltrekt na een lange tijd, tekenen ze een vogel genaamd “phoenix”. Want als deze geboren wordt voltrekt zich een vernieuwing van alles. Hier de wijze waarop hij geboren wordt: Als de phoenix gaat sterven werpt hij zich op de aarde, zo dat de schok een wond opent; van de vloeistof die stroomt uit deze wond wordt een andere phoenix geboren die, zodra hij vleugels heeft, met zijn vader naar Heliopolis in Egypte vertrekt; daar aangekomen sterft hij, de oude phoenix, op het moment dat de zon opkomt. Nadat zijn vader is gestorven, keert de jonge phoenix terug naar zijn vaderland, terwijl de priesters van Egypte de dode phoenix begraven.

  1. Hoe ze iemand weergeven die van zijn vader houdt

Wanneer ze iemand willen symboliseren die van zijn vader houdt, tekenen ze een ooievaar. Want wanneer hij is grootgebracht door zijn ouders, verlaat hij ze niet, maar blijft bij ze tot op hoge leeftijd en zorgt voor ze.

  1. Hoe ze een vrouw weergeven die haar echtgenoot haat

Wanneer ze een vrouw willen weergeven die haar echtgenoot haat en zijn dood beraamt, hem slechts vleiend gedurende de gemeenschap, tekenen ze een adder. Want als deze gemeenschap heeft met het mannetje, neemt zij zijn kop in haar bek en, als ze uit elkaar gaan, bijt zij de kop van het mannetje af en doodt ze hem.

  1. Hoe ze kinderen weergeven die het gemunt hebben op het leven van hun moeder

Wanneer ze kinderen symboliseren die het gemunt hebben op het leven van hun moeder, tekenen ze een adder. Want deze wordt niet verwekt in de aarde, maar komt uit de buik van de moeder na haar te hebben verslonden.

  1. Hoe ze een man weergeven die beledigd is door beschuldigingen en er ziek van is geworden

Waneer ze een man willen symboliseren die beledigd is door aantijgingen, en er ziek van is geworden, tekenen ze een basilisk. Want door zijn eigen adem doodt de basilisk hen die te dicht bij hem komen.

  1. Hoe ze een man weergeven die niet wordt verbrand door het vuur

Wanneer ze een man willen symboliseren die niet wordt verbrand door het vuur, tekenen ze een salamander; want deze doodt iedere vlam.

Wanneer ze een valse man die dubbel gevaarlijk is willen weergeven, tekenen ze een tweekoppige slang, want deze doodt met zijn twee koppen.

  1. Hoe ze een blinde man weergeven

Wanneer ze een blinde man willen symboliseren, tekenen ze een mol, want deze heeft geen ogen en ziet niet.

  1. Hoe ze een man weergeven die de deur niet uitgaat

Wanneer ze een man willen symboliseren die de deur niet uitgaat, tekenen ze een mier en de vleugels van een vleermuis. Want wanneer een vleermuis zijn vleugels heeft uitgestrekt over de ingang van een mierennest komt er niemand van hen meer uit.

  1. Hoe ze een man weergeven die zichzelf schaadt door zich te verminken

Wanneer ze een man willen symboliseren die zichzelf schaadt door zich te verminken, tekenen ze een bever. Want wanneer deze wordt achtervolgd door jagers rukt deze zijn eigen testikels af en laat ze achter als prooi.

  1. Hoe ze een man weergeven die zijn bezittingen nalaat aan een zoon die hij veracht

Wanneer ze een man willen symboliseren die zijn bezittingen nalaat aan een zoon die hij veracht, tekenen ze een aap die achter zich nog een klein aapje heeft. Want de aap brengt twee kleine aapjes ter wereld waarvan hij er één teder liefheeft en de ander veracht; hij draagt vóór zich het jong van wie hij houdt en doodt hem , maar hij draagt op zijn rug het jong dat hij veracht en voedt hem op.

  1. Hoe ze een man weergeven die zijn eigen gebreken verbergt

Wanneer ze een man willen symboliseren die zin eigen gebreken verbergt, tekenen ze een aap die urineert. Want deze verbergt zijn eigen urine als hij zijn behoefte doet.

  1. Hoe ze iemand weergeven die een bijzonder goed gehoor heeft

Wanneer ze iemand willen symboliseren die een bijzonder goed gehoor heeft, tekenen ze een geit. Want deze ademt en hoort door de neusgaten en de oren.

  1. Hoe ze een labiel persoon weergeven

Wanneer ze iemand willen symboliseren die labiel is en die niet in de zelfde geestesgesteldheid kan blijven, maar dan weer krachtig en dan weer zwak is, tekenen ze een hyena. Want deze is dan weer mannelijk, dan weer vrouwelijk.

  1. Hoe ze een man weergeven die overwonnen is door hen die aan hem inferieur zijn

Wanneer ze een man willen symboliseren die overwonnen is door hen die aan hem inferieur zijn, tekenen ze twee huiden, de één van een hyena, de ander van een luipaard. Want als men deze twee huiden bij elkaar hangt verliest die van de luipaard zijn haren, maar de andere niet.

  1. Hoe ze een man weergeven die zijn vijand de baas is

Wanneer ze een man willen weergeven die zijn vijand de baas is, tekenen ze een hyena die zich naar rechts draait, maar als hij wordt overwonnen, tekenen ze hem daarentegen gedraaid naar links. Want als de hyena, wanneer hij wordt achtervolgd, zich naar rechts draait, veroorzaakt hij de dood van zijn achtervolger; maar als hij de linker richting neemt wordt hij door hem gedood.

  1. Hoe ze de man weergeven die zonder vrees de tegenslagen overwint die hem treffen

Wanneer ze een man willen weergeven die zonder vrees en tot de dood de tegenslagen overwint die hem treffen, tekenen ze de vacht van een hyena. Want als iemand zich hult in deze vacht en zich begeeft onder een aantal vijanden, zal hij door niemand gekwetst worden, maar zonder vrees kunnen passeren.

  1. Hoe ze een man weergeven die gedwongen is het op een akkoord te gooien met zijn vijanden

Wanneer ze een man willen symboliseren die gedwongen is het op een akkoord te gooien met zijn vijanden en die zich met weinig inspanning uit hun handen bevrijdt, tekenen ze een wolf die het puntje van zijn staart heeft opgeofferd. Want als hij gevangen is laat deze de haren van het puntje van zijn staart los.

  1. Hoe ze een man weergeven die de gevaren vreest die hem kunnen overkomen vanuit het onbekende

Wanneer ze een man willen symboliseren die de gevaren vreest die hem kunnen overkomen vanuit het onbekende, tekenen ze een wolf en een steen. Want de wolf vreest het ijzer noch de stok, maar alleen de steen. Inderdaad zal iemand die een steen naar hem gooit hem met stomheid geslagen aantreffen en, op de plek waar de wolf getroffen is door de steen, komen wormen uit zijn wond.

  1. Hoe ze een man weergeven in een driftbui die tot rede gebracht is door het vuur

Wanneer ze een man willen weergeven in een driftbui die tot rede gebracht is door het vuur, tekenen ze leeuwen en fakkels: want de leeuw is voor niets zo bang als voor brandende fakkels en niets is zo geschikt om hem te temmen.

  1. Hoe ze een man weergeven die door koorts bevangen is en zichzelf geneest

Wanneer ze en man willen weergeven die door koorts bevangen is en zichzelf geneest, tekenen ze een leeuw die een aap eet. Want als de leeuw koorts heeft geneest hij zich door een aap te eten.

  1. Hoe ze een man weergeven die eindelijk tot rede komt na een losbandig leven geleid te hebben

Wanneer ze een man willen weergeven die eindelijk tot rede komt na daarvóór een losbandig leven geleid te hebben, tekenen ze een stier omhangen met wilde vijgentakken. Want als deze geil is bindt men hem vast aan een wilde vijgenboom en komt hij tot rust.

  1. hoe ze een man weergeven die gemakkelijk zijn zelfbeheersing verliest

Wanneer ze een man willen weergeven wiens zelfbeheersing weinig betrouwbaar is en gemakkelijk ten prooi valt aan losbandigheid, tekenen ze een stier vastgebonden aan de rechterknie. Want als men een ketting legt aan zijn rechterknie zal men merken dat hij volgzaam is. Men kiest altijd de stier als symbool voor beheersing omdat hij nooit met een vrouwtje paart als deze bevrucht is.

  1. Hoe ze een man weergeven die de schapen en de geiten laat omkomen

Wanneer ze een man willen weergeven die de schapen en de geiten laat omkomen, tekenen ze deze dieren zelf terwijl ze zich te goed doen aan vlooienkruid. Want als zij vlooienkruid eten, sterven ze getroffen door dorst.

  1. Hoe ze een man weergeven die eet

Wanneer ze een man willen symboliseren die eet, tekenen ze een krokodil met geopende bek. Want deze heeft, als hij in zijn slaap zijn bek open houdt, tanden vol voedsel.

  1. Hoe ze een roofzuchtige en luie man weergeven

Wanneer ze een roofzuchtige en luie man weergeven, tekenen ze een krokodil met een ibisveer op zijn kop. Want als je een krokodil aanraakt met de veer van een ibis, ontdek je dat hij roerloos blijft.

  1. Hoe ze een vrouw symboliseren die slechts één maal gebaard heeft

Wanneer ze een vrouw willen symboliseren die slechts één keer gebaard heeft, tekenen ze een leeuwin. Want zij wordt niet voor een tweede keer bevrucht.

  1. Hoe ze een man weergeven die bij zijn geboorte eerst misvormd is

Wanneer ze een man willen symboliseren die op het moment van geboorte misvormd is, maar die later mooi wordt, tekenen ze een drachtige berin. Want zij brengt eerst een dik gestold bloed ter wereld; maar later als het bloed verwarmd is tussen haar dijen, maakt ze en leidt ze het tot vervolmaking door het te likken.

  1. Hoe ze een krachtige man weergeven die ruikt wat voor hem van nut is

Wanneer ze een krachtige man willen symboliseren die ruikt wat nuttig voor hem is, tekenen ze een olifant met zijn slurf. Want de olifant ruikt door middel van zijn slurf en maakt zich meester van wat hem aangeboden wordt.

  1. Hoe ze een koning weergeven die vlucht voor de waanzin en de schaamteloosheid

Wanneer ze een koning willen symboliseren die vlucht voor de waanzin en de schaamteloosheid, tekenen ze een olifant en een ram: want de olifant vlucht wanneer hij een ram ziet.

  1. Hoe ze een koning weergeven die vlucht voor een praatzieke man

Wanneer ze een koning willen symboliseren die vlucht voor een praatzieke man, tekenen ze een olifant met een varken. Want de olifant vlucht wanneer hij het geknor van een varken hoort.

  1. Hoe ze een man weergeven wiens motoriek snel is, maar die zich op een onbezonnen en ondoordachte manier beweegt

Wanneer ze een man willen symboliseren wiens motoriek snel is, maar die zich op een onbezonnen en ondoordachte manier beweegt, tekenen ze een hinde en een adder. Want de hinde vlucht als zij een adder ziet.

  1. Hoe ze een man weergeven die van te voren zorgt voor zijn begrafenis

Wanneer ze een man willen symboliseren die van te voren zorgt voor zijn begrafenis, tekenen ze een olifant die zijn slagtanden begraaft. Want als de olifant ziet dat zijn slagtanden uitvallen, neemt hij ze op en begraaft ze.

  1. Hoe ze een man weergeven die een volledig leven geleefd heeft

Wanneer ze een man willen weergeven die een volledig leven geleefd heeft, tekenen ze een dode kraai. Want de kraai, zoals de Egyptenaren zeggen, leeft honderd jaar. En het Egyptische jaar bestaat uit vier gewone jaren.

  1. Hoe ze een man weergeven die zijn boosaardigheid verbergt

Wanneer ze een man willen symboliseren die zijn boosaardigheid verbergt en die veinst, om niet voor zijn nabije vrienden door de mand te vallen, tekenen ze een panter. Want deze jaagt stiekem op dieren, er voor zorgend dat de aanvalskracht en snelheid die hij in zijn jacht gebruikt niet gekend wordt .

  1. Hoe ze een man weergeven die bedrogen is door vleierij

Wanneer ze een man willen symboliseren die bedrogen wordt door vleierij, tekenen ze een hinde met een man die op een fluit speelt. Want de hinde laat zich vangen als ze luistert naar de zoete melodieën van fluitspelers, zodat ze zich laat verleiden door het genot.

  1. Hoe ze de voorspelling van een goede wijnoogst weergeven

Wanneer ze de voorspelling van een goede wijnoogst willen symboliseren, tekenen ze een hop. Want als deze veel zingt vóór dat de wijnstokken uitlopen, is dat het teken van een goede wijnoogst.

  1. Hoe ze een man weergeven die ziek is geworden van druiven

Wanneer ze een man willen symboliseren die ziek is geworden van druiven en die zichzelf heeft genezen, tekenen ze een hop en de plant genaamd “adiantum”, “venushaar”. Want als de hop zich ziek voelt van het eten van druiven, geneest ze zich door adiantum te eten.

  1. Hoe ze een man weergeven die op zijn hoede is voor hinderlagen van zijn vijanden

Wanneer ze een man willen symboliseren die op zijn hoede is voor hinderlagen van zijn vijanden, tekenen ze een kraanvogel die waakt: want kraanvogels zorgen voor hun bescherming door om de beurt gedurende de gehele nacht te waken.

  1. Hoe ze homofilie weergeven

Wanneer ze homofilie willen symboliseren, tekenen ze twee mannelijke patrijzen: want de mannelijke patrijzen hebben gemeenschap met elkaar als ze beroofd zijn van hun vrouwtjes.

  1. Hoe ze een grijsaard weergeven die sterft van de honger

Wanneer ze een grijsaard willen weergeven die sterft van de honger, tekenen ze een adelaar met een gebogen snavel: want als de adelaar oud wordt, groeit zijn snavel krom en sterft hij van de honger.

  1. Hoe ze een man weergeven in voortdurende beweging en opwinding

Als ze een man willen symboliseren in voortdurende beweging en opwinding, die niet eens de rust neemt om te eten, tekenen ze de jongen van een kraai. Want zij voedt haar jongen vliegend.

  1. Hoe ze een man weergeven die op de hoogte is van verheven zaken

Wanneer ze een man willen symboliseren die op de hoogte is van verheven zaken, tekenen ze een kraanvogel in volle vlucht. Want deze vliegt zeer hoog om de wolken te zien, zodat ze geen stormen hoeft te doorstaan en in vrede verkeert.

  1. Hoe ze een man weergeven die zijn eigen kinderen in de steek laat uit armoede

Wanneer ze een man willen symboliseren die zijn eigen kinderen in de steek laat uit armoede, tekenen ze een havik die op het punt staat eieren te leggen. Want een havik legt drie eieren, maar kiest er slechts één uit waar zij voor zorgt, terwijl ze de twee andere breekt. Ze handelt zo omdat ze op dat moment haar klauwen verliest en daarom haar drie kleintjes niet kan voeden.

  1. Hoe ze een man weergeven wiens voeten zich langzaam bewegen

Wanneer ze een man willen symboliseren wiens voeten zich langzaam bewegen, tekenen ze een kameel. Want deze, als enige van alle dieren, buigt zijn dijen, en dat is de reden dat hij ‘kamèlos’ wordt genoemd.

  1. Hoe ze een schaamteloze man met een scherpe blik weergeven

Wanneer ze een schaamteloze man met een scherpe blik willen weergeven, tekenen ze een kikvors. Want deze heeft geen bloed behalve in zijn ogen. En men zegt dat zij die bloeddoorlopen ogen hebben schaamteloos zijn. Daarom heeft De Dichter gezegd: “Dronkaard met de ogen van een hond en het hart van een hinde”.

  1. Hoe ze een man weergeven die zich gedurende lange tijd niet kan bewegen

Wanneer ze een man willen symboliseren die zich gedurende lange tijd niet kan verroeren, maar die zich uiteindelijk in beweging zet door middel van zijn voeten, tekenen ze een kikvors met zijn twee achterpoten. Want de kikvors wordt eerst geboren zonder poten, krijgt later als hij ouder is geworden, achterpoten.

  1. Hoe ze een man weergeven die vijand is van iedereen

Wanneer ze een man willen weergeven die vijand is van iedereen en die zich afzijdig houdt, tekenen ze een paling. Want deze bevindt zich niet in het gezelschap van andere vissen.

  1. Hoe ze een man weergeven die velen redt in de zee

Wanneer ze een man willen symboliseren die velen redt in de zee, tekenen ze de vis die sidderrog wordt genoemd. Want als deze een menigte vissen ziet die niet meer kunnen zwemmen, verzamelt hij ze en redt ze.

  1. Hoe ze een man weergeven die op een ongelukkige manier nuttige en nutteloze zaken heeft opgebruikt

Wanneer ze een man willen symboliseren die op een ongelukkige manier nuttige en nutteloze zaken heeft opgebruikt, tekenen ze een poliep. Want deze, die veel en onbeheerst eet, legt voedsel weg in grotten en verwerpt, als hij dat wat nuttig is heeft geconsumeerd, vervolgens wat van geen nut is.

  1. Hoe ze een man weergeven die macht heeft over mensen van zijn soort

Wanneer ze een man willen symboliseren die macht heeft over mensen van zijn soort, tekenen ze een kreeft en een poliep. Want die heerst over de poliep en oefent zijn macht uit.

  1. Hoe ze een man weergeven die verbonden is aan een vrouw

Wanneer ze een man en een vrouw willen symboliseren die vanaf hun jeugd, direct bij hun geboorte, verbonden waren, tekenen ze bevruchte oesters. Want deze verenigen zich direct na geboren te zijn, de een met de ander binnen in de schelp.

  1. Hoe ze een man weergeven die niet voor zichzelf zorgt

Wanneer ze een man willen symboliseren die niet voor zichzelf zorgt, maar over wie zijn familieleden zich ontfermen, tekenen ze een oester en een kleine kreeft. Want deze kreeft blijft vast zitten aan het vlees van de oester en wordt heel toepasselijk “pinnophylax” (oesterbewaakster) genoemd. Als de oester honger heeft in haar schelp, opent ze zo veel ze kan haar schelp; als, tijdens het openen toevallig een klein visje langs komt, prikt de pinnophylax haar schaar in de oester; als deze dat voelt, sluit ze haar schelp. En op die manier wordt het kleine visje gevangen.

  1. Hoe ze een man weergeven die gegrepen is door een hevige honger

Wanneer ze een man willen symboliseren die gegrepen is door een hevige honger, tekenen ze een papegaaivis. Want als enige van alle vissen herkauwt en eet de papegaaivos alle kleintjes die hij tegenkomt.

  1. Hoe ze een man weergeven die zijn voedsel uitbraakt

Wanneer ze een man willen symboliseren die zijn voedsel uitbraakt en die vervolgens weer gulzig gaat eten, tekenen ze een soort haai. Want deze jongt door de mond en slikt al zwemmend haar nageslacht weer in.

  1. Hoe ze een man weergeven die gemeenschap heeft met vrouwen van een ander ras

Wanneer ze een man willen symboliseren die gemeenschap heeft met vrouwen van een ander ras, tekenen ze een murene. Want deze verlaat de zee, heeft gemeenschap met adders en keert direct terug naar zee.

  1. Hoe ze een man weergeven die gestraft is voor een moord

Wanneer ze een man willen symboliseren die gestraft is voor een moord en blijk geeft er spijt van te hebben, tekenen ze een pijlstaartrog gevangen aan een haak. Want deze laat, als ze gevangen is, de angel die ze in haar staart heeft, los.

  1. Hoe ze een man weergeven die niets ontziend het voedsel van een ander eet

Wanneer ze een man willen symboliseren die niets ontziend het voedsel van een ander verorbert en vervolgens zijn eigen deel, tekenen ze een poliep. Want deze eet, wanneer hij is verstoken van voedsel van een ander, zijn eigen tentakels.

  1. Hoe ze een man weergeven die reikt naar het schone

Wanneer ze een man willen weergeven die reikt naar het schone en die daarentegen valt op het slechte, tekenen ze een inktvis. Want als deze in de gaten krijgt dat iemand haar wil vangen laat ze in het water een zwarte vloeistof ontsnappen die ze in haar buik heeft om zo onzichtbaar te worden, en slaagt er zo in om te ontsnappen.

  1. Hoe ze een vruchtbare man weergeven

Wanneer ze een vruchtbare man willen symboliseren, tekenen ze een mus die nestelt in torens. Want deze, opgewekt door een ongebreidelde passie en een overvloed aan sperma, paart zeven keer per uur met het vrouwtje, een overvloed aan sperma ejaculerend.

Hoe ze een man weergeven die zich altijd conformeert aan het zelfde principe

Wanneer ze een man willen symboliseren die zich altijd aan het zelfde principe conformeert, tekenen ze een lier. Want deze blijft altijd in stemming.

  1. Hoe ze een man weergeven die, na afgeweken te zijn van zijn voornemens, vervolgens weer tot zijn gezond verstand komt

Wanneer ze een man willen symboliseren die, na afgeweken te zijn van zijn plannen, vervolgens terugkeert tot zijn gezond verstand, tekenen ze een fluit. Want deze heeft het vermogen de mens te bekeren en hem de dingen die hij graag deed in herinnering te brengen, en heeft bovendien een volmaakt harmonieus geluid.

  1. Hoe ze een man weergeven die recht doet op een manier die gelijk is voor allen

Wanneer ze een man willen symboliseren die recht doet op een manier die gelijk is voor allen, schetsen ze een struisvogelveer. Want de struisvogel heeft in tegenstelling tot andere vogels overal gelijk veren.

  1. Hoe ze een man weergeven die van bouwen houdt

Wanneer ze een man willen symboliseren die van bouwen houdt, tekenen ze de hand van een mens. Want deze voert elke constructie uit.

 

Einde van de hiërogliefen van Horapollo van de Nijl

Michael van Hoogenhuyze

 

 

Sprekende scherven

‘Ostrakon’ is het Griekse woord voor scherf, een stuk van een kapotte vaas of schaal van keramiek. Deze scherven zijn in grote hoeveelheden gebruikt in de Oudheid. Zo kende men in Athene het ostracisme, schervengericht. Als je ernstige bezwaren had tegen een bepaalde persoon kon je diens naam op een scherf krassen en die scherf inleveren. Wanneer het aantal scherven een afgesproken omvang had kon de genoemde persoon voor een aantal jaren uit de stad verbannen worden. In dit geval was de ostrakon een belangrijk politiek instrument. Maar scherven werden ook gebruikt voor briefjes, aantekeningen, contracten en in het onderwijs. Zo kon een leerling een naam op een scherf krijgen om die naam over te schrijven bij wijze van oefening. Veel van de cultuur in een stad als Alexandrië zal door jongelui geleerd zijn middels woorden, zinnen en tekstfragmenten op scherven.

Een ostrakon is dus een bijzondere scherf. Scherven zijn waardeloos, maar krijgen weer waarde en betekenis omdat mensen er op hebben geschreven. Deze onooglijke brokstukken zijn ineens weer waardevol en kunnen duizenden jaren later materiaal zijn voor geschiedenis. Naast lange teksten op muren of in boekrollen zijn er ook korte mededelingen of woorden op scherven. Deze ostraka worden gebruikt en gaan later zwerven. Het kunnen zelfstandige mededelingen worden, zonder auteur. We kennen dit fenomeen in de kunst. Als een kunstwerk echt voltooid is, kan het voor zichzelf spreken, is het geen gedachte meer van een maker. Het kunstwerk dat voor zichzelf spreekt kan een belangrijk ideaal zijn in een scheppingsproces; net zo lang doorwerken aan een kunstwerk totdat het werk geen toelichting meer nodig heeft en een eigen context oproept, het volstrekt autonome werk. In alledaagse situaties komt het soms voor op Griekse vazen: “Andokides heeft mij gemaakt” kan er op staan alsof de vaas zelf spreekt. Het zelfde treffen we aan bij sommige runenstokjes; ook die spreken voor zichzelf. In Rome hebben we eeuwen lang het verschijnsel gekend van de ‘sprekende beelden’. Beelden op een openbare ruimte werden voorzien van briefjes en pamfletten alsof het uitspraken zouden zijn van die beelden. Er konden zo discussies en humoristische dialogen ontstaan tussen verschillende beelden in de stad.

Een ostrakon is dus een scherf die veranderd is tot cultuurdrager, als scherf of fragment gevonden en voorzien van een nieuwe tekst.

Scherven en stenen

Scherven en stenen zijn aan elkaar verwant. Maar een scherf is een onderdeel van een beschadigd geheel. En dat geheel was bedacht in een plan. Een scherf heeft dus vaak iets tragisch, een verwijzing naar een mislukt of verloren doel. Het is gemakkelijker om een steen naar believen te beschouwen als fragment of als een afgerond geheel. Bij (zeldzame) stenen kunnen we goed zien hoe een brok materie van betekenis kan veranderen. Sommige stenen krijgen een betekenis omdat ze een goed voorbeeld van een bepaald gesteente of mineraal zijn. Zoals in een goede verzameling hoort zijn deze stenen vertegenwoordigers van een soort. Het kan nog meer geaccentueerd worden door de steen door te zagen en binnen te polijsten. In dat geval toont de steen zichzelf. Bij een verdere bewerking wordt de steen een juweel. Het zichzelf tonen is dan nog maar één van de verschillende elementen. Meestal tonen de stenen zich binnen het kader van een zoeken naar schoonheid: glans, helderheid, zuiverhuid van kleur, dat zijn belangrijke eigenschappen. Deze stenen worden gebruikt in sieraden.

Van gebruiksvoorwerp naar concept

Dankzij papier en tegenwoordig het beeldscherm hebben we geen scherven meer nodig. Maar naar mijn idee is de scherf en ook het ostrakon een belangrijke vorm of metafoor voor de kleinste eenheid in de huidige kunst. Die bijzondere betekenis die we aan een ostrakon kunnen geven was alleen maar mogelijk dankzij de archeologie. Het archeologisch onderzoek heeft ostraka bij elkaar verzameld. Dankzij de toenemende interesse voor het alledaagse leven in de oudheid is het ostrakon steeds belangrijker geworden als bron voor onze kennis. Flarden van gedachten en transacties zijn op oude resten genoteerd en door toeval in ons bezit gekomen. Het doet denken aan dagboekfragmenten die niet voor ons bedoeld zijn, bewijzen dat er gedachten zijn geweest, plannen gemaakt, transacties afgesloten, momenten dat de aarde ineens blijkt te spreken, niet met opzet tegen ons, maar tegelijkertijd uitsluitend en alleen toch wel tot ons. Met onze groeiende kennis en toenemend besef van geschiedenis kunnen we overal om ons heen fragmenten zien uit het verleden, en niet alleen als toevallig gevonden waardeloze resten, maar ook als elementen die we inmiddels een nieuwe betekenis hebben gegeven, precies als ostraka. We leven in een tijd waarin het historisch besef een rol speelt in onze waarneming van de wereld. Overal ontwaren we geschiedenis in de dingen.

De readymades van Marcel Duchamp of Man Ray hebben sterk het karakter van het ostrakon. Fragmenten uit de alledaagse wereld, door de nieuwe context voorzien van een andere betekenis. Readymades functioneren zo en zijn ook op zo’n manier geëxposeerd dat we ze altijd ook zien als fragmenten. Maar scherven komen op meer plaatsen voor. De facetten die we zien in de kubistische collage vormen soms bijna letterlijk een montage van scherven, compleet met, ogenschijnlijk toevallige, opschriften.

Ostrakon en ‘moderne kunst’

Waarom is het ostrakon zo geschikt als model voor de moderne kunst? Juist in een tijd dat we in feite geen ostrakons produceren, hooguit in overdrachtelijke zin. Een ostrakon is een fenomeen uit een artificiële wereld vol met resten. Een uiting van verloren functionaliteit. In onze nieuwe mechanisch geconstrueerde wereld is er permanent sprake van elementen die kapot gaan, verouderd zijn en zinloos worden binnen de machine van de stad, maar daarmee betekenis krijgen als rest, monument of trofee. Veel kunstenaars maken gebruik van deze elementen.

De complexiteit van het ostrakon

De wereld van het ostrakon is de ontmoeting tussen twee processen. Er is een wereld van breuk en schade, van verval en mislukking, van grote processen van geschiedenis en de intimiteit van een verborgen incident. En de resten van die processen worden voorzien van getuigenissen waardoor zich een andere wereld aandient, een wereld van orde en regels. Dan spelen ook structuren van hiërarchie en opbouw een rol. Een scherf is een vergeten rest. Je kunt die scherf pas een ostrakon noemen als deze door opschriften een nieuwe functie heeft gekregen. In principe bepaalt de laatste toevoeging de eigenlijke betekenis. De toevoeging is gegeven met het besef dat er sprake is van een gebrekkig hulpmiddel. Men gebruikt een scherf, niet een monumentale muur of een papyrusrol. Aan een doel, betekenis of ideaal wordt vorm gegeven met gebruik van vergeten en kapotte resten. Dat ideaal is niet te bereiken, waardoor het te meer acceptabel is naar die ideale wereld slechts te verwijzen. Er is dus een verdubbeling en een omkering: De kapotte en gebrekkige resten zijn concreet, maar verwijzen slechts naar een verheven ideaal. Dat ideaal wordt aangegeven in taal of in getekende beelden op de scherf. Ook die geschreven letters, en vaak de taal zijn gebrekkig, klad, voorlopig, slechts oefening. Maar drager en tekst komen alleen tot stand in een samenwerking van toeval en bewust streven naar structuren (idealen).

Het onderscheid tussen ideaal en werkelijkheid is bij een ostrakon heel groot. De ideale wereld is alleen te beschrijven in beelden en klanken, door middel van beelden. (lettertekens en symbolen) Voor de kunst worden ook alleen het gezicht en het gehoor gebruikt. De Verlichting en de Industriële Revolutie veroorzaakten vooral de gebeurtenissen waarbij men gevoel, geur en smaak trachtte te overwinnen, standaardiseren of overbodig te maken. De westerse kunst is daarmee een kunst geworden van zien en horen, beredeneren en beschrijven, met de gedachte van een bijbehorend systeem, goed aansluitend bij een wereldbeeld met een openbaring, een heilig boek waarin alles was voorgeschreven en verklaard. Als er geen bijbel is, stelt men een traktaat op, een tekst waar alle mogelijke teksten in te vinden zijn.

Een ostrakon heeft slechts zin als er een systeem achter zit waar de scherven een uiting van zijn. Dat systeem manifesteert zich in fragmenten en vrije composities. De mens leest er het systeem in, zoals een kind een taalsysteem kan leren. De rommeligheid van de ruïne veronderstelt een systeem. Eigenlijk is het een wereldbeeld van conflicterende beelden en processen. De wereld van de ruïne, een wereld met een verleden, een oude structuur waar destructie en entropie op inwerken. De oude wereld verliest, maar biedt herinneringen en dromen.

De ruïne als verval van de klassieke vorm

De dromen verwijzen naar de taal van het klassieke en het academische. Deze klassieke taal valt dus in ruïnes uit elkaar. Het is een vormentaal die terug valt op roemrijke periodes in de geschiedenis. Het ‘Klassieke’ Griekenland, vijfde en vierde eeuw voor Christus, Rome in de tijd van keizer Augustus, de Hoog-Renaissance, en de verschillende vormen van Classicisme daarna, Nederland en Frankrijk in de zeventiende eeuw of het Neoclassicisme rond achttienhonderd, dat zijn de tijden waarin de klassieke vorm geleerd langs een academische doctrine weer een rol speelt. Grieks geïnspireerde marmeren beelden, geïdealiseerd en met losse plooival in de kleding, en de Griekse bouworden. De delen verhouden zich tot het geheel op een wijze die organisch aanvoelt, voelt alsof de delen ledematen zijn van ons lichaam. Vormen zijn symmetrisch, met een begin en een eind. Begin en eind zijn aan elkaar gelijk of spiegelen zich in elkaar. Steeds weer een herhaling van een soort ‘A-B-A’ schema’s. Als het om verhalen gaat en om voorstellingen, dan speelt retorica een rol, het besef dat er een gehoor is van mensen die er anders over kunnen denken, mensen die overtuigd moeten worden.

De reden om het klassieke te laten vergaan heeft te maken met een overtuiging achter de gehele constructie. Uiteindelijk wordt het ostrakon omarmd als middel, maar ook als metafoor, en wordt de scherf een kleinste module in de kunst.

Niet alleen vervalt het academisme tot ruïne, maar ook groeit het inzicht dat die opvatting niet meer een weergave is van hoe de wereld zich aandient. Er is geen afgeronde schepping meer, met een mens als evenbeeld van God. De mens staat niet meer in het centrum, en een God al helemaal niet. Alles is slechts een toevallig fragment, een scherf. In een wereld waarin de mens een toevallig incident is op een toevallige planeet, in een oneindig grote ruimte die onvoorstelbaar oud is, in zo’n wereld is er geen plaats voor orde of symmetrie. Dat zijn slechts spelletjes of pathetische pogingen.

Hoe een mens zich in een wereld van scherven/ruïnes beweegt.

Een landschap van scherven of ruïnes levert een specifieke ruimte op. Een ruimte van verval zonder orde of hiërarchie. En hoe verhoudt de mens zich tot zo’n omgeving? De beeldende kunst kan ons daarover informeren. Daarnaast weten we soms werkelijk iets over hoe mensen zich in een bepaalde omgeving gedroegen. In de tijd dat het nieuwe wereldbeeld tot stand kwam van Verlichting en Romantiek is er ook een nieuwe menselijke gewoonte ontstaan: De wandeling. De wandeling zonder doel, puur als manier om van de natuur te genieten of om te filosoferen over de wereld was een nieuw fenomeen. Vanaf die tijd is de eenzame wandelaar in de beeldende kunst en in de muziek een bekend motief. Een wandeling was de gelegenheid om je af te vragen wat je plek kon zijn in de wereld.

Wat is de mens voor wezen? En waarom is de mens bijzonder? Die vraag stelde de filosoof Giovanni Pico della Mirandola rond 1500. Hij kwam tot de conclusie dat de mens zelf kon bepalen wie hij was: een op gevoel reagerend beest, een redelijk mens of een wijze engel, misschien zelfs meer. De mens bepaalde zelf zijn identiteit, dankzij de vrije wil, dat stelde Mirandola in de vijftiende eeuw. Emanuel Kant schrijft in de achttiende eeuw zijn essay “Wat is Verlichting”. Daarin stelt hij dat een mens zijn positie slechts kan bepalen door over de moed te beschikken gebruik te maken van het eigen verstand; dat is Verlichting, de moed om gebruik te maken van het eigen verstand. Van de zelfbeschikking, die Mirandola zo bewonderenswaardig vond, is volgens Kant in de achttiende eeuw weinig te recht gekomen.

In de Middeleeuwen konden mensen door geloof en goedheid genade ontvangen van God. In de Renaissance konden mensen daar meer bewust wat aan doen door in vrije wil te kiezen voor een bepaalde rol. Daarvoor was verstand en wijsheid nodig om beleid een eigen leefwijze te ontwikkelen. In de moraliserende werken van kunstenaars als Hiëronimus Bosch werd getoond hoe mensen door dwaasheid toch tot verdoemenis in een irrationele wereld konden komen. Het verstand gebruiken als bron voor de juiste moraal was van levensbelang. Voor mensen golden vier kardinale deugden: wijsheid, rechtvaardigheid, moed en gematigdheid. Daarnaast waren er drie Christelijke deugden, geloof, hoop en liefde. Kunst was niet meer alleen een eerbewijs aan God, of een aanschouwelijk verhaal voor de analfabeet, maar ook een morele les voor particulieren die wilden leren op de juist manier van de rede gebruik te maken. De kardinale deugden waren daarbij van het grootste belang. De Renaissance is de tijd waarin mensen zich bewust worden van hun lot en de plek in de wereld. We kunnen die manier van denken terugvinden in de samenspraken van Erasmus, het boek van Castiglione, in zijn handleiding voor de hoveling en in de bedachtzame essays van Montaigne. Maar we zien deze belangstelling ook terug in de symboliek die gehanteerd werd in de oudste tarot spellen in Noord Italië in de vijftiende eeuw. De levensweg van de individuele mens wordt een vast thema in de kunst en het denken.

We kunnen die levensweg zien in het schilderij de landloper, ook wel ‘De verloren zoon’ genoemd, of de marskramer van Jeroen Bosch. In een wereld vol onheilstekens en verwijzingen naar een zondig bestaan trekt een eenzame reiziger voort, weg uit een dorp. De dingen zijn lelijk en vervallen en zijn blik is somber en vragend. Geen kunstwerk voor God, maar een les voor de individuele burger (handelaar?). We moeten ook denken aan het beroemde toneelstuk Elckerlijc uit dezelfde tijd.

Er is een dramatisch verschil tussen ‘De marskramer’ van Bosch en ‘Dulle Griet’ van Breughel een halve eeuw later. De marskramer bezint zich en vlucht in een gedeprimeerde stemming, terwijl Dulle Griet als een onzinnige door een dreigend oorlogslandschap raast. Bij haar is het niet duidelijk of ze een bedreiging is of dat ze zich alleen maar verdedigt. Het lijkt op de dubbelzinnigheid van ‘De schreeuw’ van Munch: Is de persoon op het schilderij iemand die de oren dichthoudt bij het horen van een afschuwelijke schreeuw, of slaakt hij die kreet juist zelf?

Naast de optimistische voorstellingen van ‘de Renaissance mens’, mensen in verheven handelingen in een perspectivische ruimte, zoals schilderijen van Raphaël, of Venetiaanse portretten uit de zestiende eeuw, zijn er dus ook andere visies. De schilderijen van schilders uit het noorden tonen een moeizamere verhouding tussen het individu en zijn omgeving. De mensen zijn gedeprimeerd, op de vlucht of in ieder geval opgenomen in een groter geheel waarbinnen ze slechts een ondergeschikte rol spelen.

In de achttiende eeuw gaan verval en verrotting ook in Italië een rol spelen. De prenten van Piranesi laat mensen zien die niets te maken hebben met hun omgeving. Ze spelen hun eigen toneel in een vreemde omgeving. Het gemak van hun gebaren is een uiting van de sprezzatura, elegante nonchalance, die zo’n grote rol kon spelen in de Italiaanse cultuur. De schrijver Calasso stelt dat Giovanni Battista Tiepolo de laatste Italiaan was, en misschien zelfs wel de laatste Europese schilder die werkt met het concept sprezzatura. Tiepolo werkte in dezelfde tijd als Piranesi. Italianen spelen met elegante nonchalance met een verleden waar kunsthistorici uit Noord Europa juist zoveel bewondering voor hebben.

Het land van scherven en ruïnes wordt een wereld van grimmige leegte bij de werken van Goya. Verblijf in die wereld is onherroepelijk een marteling. Dit fenomeen is belangrijk omdat het een ‘toonzetting’ op de achtergrond is van de verbeeldingen van eenzame wandelaars in de Romantiek. Mediterend en peinzend, maar ook in een landschap dat onherbergzaam is zien we de romantische dichter zwerven door de wereld. Het is de wereld van ‘Winterreise’ van Schubert.

De nieuwe wereld voorbij de ruïne

Vanaf de Industriële Revolutie is de mens meer dan ooit de kracht geweest om de wereld naar believen om te vormen en aan te passen. Het ligt dan ook voor de hand dat mensen niet blijven ‘hangen’ in het beschouwen van ruïnes of het erkennen van de onmetelijke chaos. Maar men kan niet meer terug naar een vormgeving die gebaseerd is op de klassieken. De nieuwe orde laat zich begrijpen als een streven om van de wereld een machine te maken, de metropool. In de chaos plaatst men machines en systemen, creëert men fabrieken en mechanische steden. In die systemen is alles op elkaar afgesteld met gebruik van een algemene standaardtijdrekening, nauwkeurige roosters en heldere procedures. Het lijkt een oplossing voor de chaos. Maar het is ook een aanleiding om die orde te willen ontvluchten. De huidige tijd is steeds vol paradoxen.

Bovendien heeft de metropoolmachine ook de behoefte aan verandering in zich. Het leidt tot een permanent verouderd raken van de omgeving, tot een voortdurend slopen van verouderde gebouwen. De nieuwe metropool is eerder een ruïne dan de vroegere architectuur.

Michael van Hoogenhuyze – 2015?